Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:13048

Rechtbank Den Haag · 21-10-2014 · zaaknummer AWB 13/4835

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 24-10-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

WBV 2014/3, Guinee, homoseksuele relatie, homoseksuele geaardheid, op betekenisvolle wijze invulling geven, prejudiciële vragen van de Afdeling, ECLI:NL:XX:2013:180, homoseksuelen, ECLI:NL:RVS:2013:2422, 2423 en 2424, paragraaf C2/3.2 Vc 2000, aanvullend besluit, brief van 4 juni 2014, Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 19637, nr. 1848, LHBT, negatieve bejegening door derden, geen actief strafvervolgingsbeleid, diepe sociale, religieuze, culturele taboes, homoseksualiteit, niet extravagant in de uiting van homoseksualiteit, sharia, leven als gevolg van de uit de ontdekking van zijn geaardheid voortvloeiende discriminatie onhoudbaar, onderzoeksplicht, vergelijkbare wijze als een heteroseksueel, zodanige discriminatie, bescherming kunnen en willen bieden, alleenstaande minderjarige vreemdeling, amv, paragraaf B14/2.2.4 Vc 2000, adequate opvang, seksuele gerichtheid niet verborgen hoeft te houden, artikel 64 Vw 2000 Samenvatting: De rechtbank stelt vast dat verweerder overeenkomstig WBV 2014/3 onderzoek heeft gedaan naar de wijze waarop eiser na terugkeer in Guinee invulling zal geven aan zijn seksuele gerichtheid en de aannemelijkheid daarvan. Hoewel reeds gezien de strafbaarstelling van homoseksuele handelingen de grens voor hetgeen in Guinee wordt geaccepteerd van homoseksuelen niet gelijk ligt met wat van heteroseksuelen wordt geaccepteerd, kan naar het oordeel van de rechtbank uit de verklaringen van eiser niet worden afgeleid dat hij in Nederland op zodanige wijze uiting heeft gegeven aan zijn homoseksuele geaardheid dat reeds op grond daarvan moet worden aangenomen dat de manier waarop hij na terugkeer in Guinee invulling zal geven aan zijn seksuele gerichtheid wezenlijk verder zal gaan dan van heteroseksuelen in het betreffende land van herkomst is geaccepteerd. De onderzoeksplicht van verweerder behelst echter ook de mogelijkheden om bescherming te vragen bij de overheid tegen negatieve bejegening van derden. Daarbij kan verweerder redelijkerwijs geen rekening houden met demogelijkheid dat eiser in de toekomst wellicht meer openlijk uiting wil geven aan zijn seksuele geaardheid. Wel strekt de onderzoeksplicht zich uit tot de situatie waarin de homoseksuele geaardheid en het verrichten van homoseksuele handelingen – na dezelfde invulling die hij in het verleden hieraan heeft gegeven in Guinee – bekend zou kunnen geraken bij derden, zoals zijn vader. Daarbij is van belang dat van eiser niet gevergd mag worden dat hij bij terugkeer zijn homoseksualiteit geheim houdt jegens zijn familie en omgeving. Blijkens de nader gegeven uitleg in verweerders brief van 4 juni 2014 dient verweerder er volgens het gevoerde beleid bij de beoordeling van het risico op vervolging dan ook van uit te gaan dat de directe omgeving van de vreemdeling op de hoogte is of zou kunnen geraken van de seksuele gerichtheid. Bovendien hoeft eiser volgens het beleid van verweerder in paragraaf C2/3.2 van de Vc 2000 geen bescherming conform artikel 3.37c van het VV 2000 in te roepen, als de seksuele handelingen strafbaar zijn in het land van herkomst. Verweerder heeft echter niet bij het onderzoek betrokken of in het geval de directe omgeving van eiser op de hoogte zou geraken van zijn seksuele gerichtheid of van het gegeven dat hij homoseksuele handelingen heeft verricht, hij in Guinee een homoseksuele relatie kan onderhouden op vergelijkbare wijze als een heteroseksueel in dat land. Verweerder heeft aldus niet bij het onderzoek betrokken of eiser, in het geval zijn homoseksuele geaardheid en handelingen in de Guinese samenleving bekend zouden raken, zodanige discriminatie heeft te duchten dat sprake is van ernstige beperking van zijn bestaansmogelijkheden waardoor zijn leven onhoudbaar wordt en waartegen de autoriteiten geen bescherming kunnen en willen bieden. Derhalve heeft verweerder niet met voldoende zorgvuldigheid onderzocht of eiser bij terugkeer in Guinee uiting kan geven aan zijn seksuele gerichtheid zonder dat dit leidt tot vervolging in de zin van het Vlv of tot een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. Hoewel eiser in Guinee familieleden heeft wonen die voor adequate opvang zouden kunnen zorgdragen en verweerder de betrapping door zijn vader tijdens de verrichte homoseksuele handelingen met Jacques ongeloofwaardig heeft kunnen achten, heeft verweerder hierbij niet onderkend dat voor het verkrijgen van de benodigde adequate opvang van hem wordt verlangd dat hij zijn seksuele gerichtheid voor zijn familie verborgen houdt. Niet valt in te zien waarom het uitgangspunt dat de vreemdeling zijn seksuele gerichtheid in zijn land van herkomst niet verborgen hoeft te houden niet eveneens in dit kader dient te gelden, ook in de situatie dat eisers gerichtheid voorafgaand aan zijn vertrek uit het land van herkomst niet bekend is geworden. Verweerder heeft evenwel niet nader onderzocht en gemotiveerd of voor eiser ook adequate opvang voorhanden is in Guinee in het geval zijn homoseksuele geaardheid bekend zou worden.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.