ECLI:NL:RBDHA:2014:12983
Rechtbank Den Haag · 21-10-2014 · zaaknummer 09-753017-14
Inhoudsindicatie
De rechtbank stelt voorop dat voor het horen van opsporingsambtenaren in beginsel volstaat dat zij hun bevindingen weergeven in een op ambtseed of -belofte opgemaakt proces-verbaal en dat dit slechts anders kan zijn indien er gegronde vermoedens zijn dat zich onregelmatigheden in het opsporingsonderzoek hebben voorgedaan. In de onderbouwing van het verzoek tot het horen van de verbalisanten ontbreekt de grondslag -op basis van de inhoud van het procesdossier- voor deze vermoedens zodat op dit moment kan worden volstaan met het stellen van aanvullende schriftelijke vragen aan de verbalisanten. Hiertoe is de verdediging door de rechter-commissaris reeds in de gelegenheid gesteld. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de rechter-commissaris bij de beoordeling van het verzoek de juiste maatstaf aangelegd en verenigt zich dan ook met de grondslagen en overwegingen van de bestreden beslissing. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die thans tot een ander oordeel zouden moeten leiden.
Rechters
Advocaten
- I.A. Groenendijk
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
