ECLI:NL:RBDHA:2014:12717
Rechtbank Den Haag · 26-06-2014 · zaaknummer AWB 14/6223 & 14/6221
Inhoudsindicatie
Dublinverordening 604/2013, geen relevante wijziging van recht, geen nova In de eerdere procedure is een beroep gedaan op artikel 7 van de Verordening (EG) 343/2003. Thans beroept verzoeker zich op artikel 9 van Verordening 604/2013. Artikel 9 van Verordening 604/2013 vormt in zoverre een verruiming ten opzichte van artikel 7 van Verordening 343/2003, dat dit artikel betrekking heeft op een gezinslid die als persoon die internationale bescherming (vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingssatus) geniet is toegelaten, terwijl artikel 7 van Verordening 343/2003 slechts betrekking had op een gezinslid die als vluchteling is toegelaten. Artikel 9 van Verordening 604/2013 vormt desalniettemin geen voor verzoeker relevante wijziging van het recht, nu dit artikel niet van toepassing is op de situatie van verzoeker. Hoofdstuk III van de Verordening 604/2013, waarin artikel 9 is opgenomen, ziet immers op de situatie van vreemdelingen die illegaal of op onbekende wijze het grondgebied van een lidstaat zijn binnengekomen, en daarna in een andere lidstaat hun eerste asielverzoek indienen (de zogenoemde overnamesituatie). Die situatie doet zich in de zaak van verzoeker niet voor, nu verzoeker, voordat hij in Nederland zijn asielaanvraag heeft ingediend, eerder een asielverzoek in een andere lidstaat heeft ingediend. Daarmee is de verantwoordelijkheid van Zweden voor de behandeling van het asielverzoek van verzoeker reeds gegeven. De geboorte van de zoon van verzoeker, die weliswaar dateert van na het eerdere afwijzende besluit, kan niet aangemerkt worden als rechtens relevante novum, omdat op voorhand is uitgesloten dat dit feit kan afdoen aan voornoemd besluit. De familieband tussen verzoeker en zijn zoon bestond immers niet reeds in het land van herkomst, zodat artikel 16 van Verordening 604/2013 toepassing mist. Het beroep van verzoeker op artikel 6 van Verordening 604/2013, waaruit volgt dat het belang van het kind voorop dient te staan, leidt niet tot een ander oordeel. Artikel 6 van de Verordening en de tekst van de preambule kunnen niet afdoen aan hetgeen in artikel 16 van de Verordening is bepaald. Het belang van het kind is in de Verordening nader uitgewerkt in artikel 16 en die bepaling laat geen ruimte voor het buiten de beoordeling laten van de voorwaarde dat in het land van herkomst reeds familiebanden bestonden.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
