ECLI:NL:RBDHA:2014:12646
Rechtbank Den Haag · 07-10-2014 · zaaknummer AWB 14/21597
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening. Opvolgende asielaanvraag. Aan verzoeker is een besluit in de zin van artikel 3.1 van het Vreemdelingenbesluit opgelegd. In dit besluit is niet gemotiveerd waarom er geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Dit “voorlopig oordeel” kan dan ook niet worden beschouwd als het in artikel 34, derde lid, aanhef en onder a, van de Procedurerichtlijn genoemde besluit waarbij wordt vastgesteld dat aan de aanvraag geen nova ten grondslag zijn gelegd. Voorts is niet de algemene procedure in asielzaken gevolgd, waarin eerst een voornemen wordt genomen, waarop verzoeker zijn zienswijze kan geven waarna het besluit op de aanvraag zal worden genomen. Verzoeker heeft als gevolg van de asielaanvraag rechtmatig verblijf totdat verweerder – mogelijkerwijs – deze aanvraag met toepassing van artikel 4:6 van de Awb zal afwijzen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
