ECLI:NL:RBDHA:2014:12530
Rechtbank Den Haag · 26-08-2014 · zaaknummer AWB 14-233 VK
Inhoudsindicatie
In rechte is al vast komen te staan dat verweerder eiser terecht een verblijfsvergunning asiel heeft geweigerd vanwege de toepasselijkheid van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en dat artikel 3 EVRM zich duurzaam verzet tegen uitzetting van eiser naar zijn land van herkomst. In een eerdere uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat het blijvend onthouden van een verblijfsvergunning niet disproportioneel is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder thans een voldoende op eiser toegesneden motivering aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd, die ook voldoet in het licht van wat eiser heeft aangevoerd. Het is aan eiser om aan te tonen dat hij zich in een situatie bevindt waarin het onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel is en eiser is daarin niet geslaagd. Verweerder heeft uitgebreid aandacht besteed aan eisers medische situatie en heeft zich daarover laten informeren door het BMA. Verweerder heeft uit de adviezen van het BMA terecht afgeleid dat geen sprake is van een zeer ernstige medische situatie, zoals in de gevallen waarin wel een verblijfsvergunning is verleend. Ter zitting heeft verweerder nog toegelicht dat het moet gaan om een situatie waarin de betrokkene, ook met behandeling, zwaar wordt belemmerd in het leiden van een normaal bestaan, zoals wanneer sprake is van een ernstige handicap. Verweerder heeft verder meegewogen dat eiser zich in een sociaal isolement bevindt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat dit voor een groot deel samenhangt met de lange tijd die eiser al in Nederland verblijft zonder verblijfsvergunning en dat alle vreemdelingen in deze verblijfsrechtelijke positie met soortgelijke sociale beperkingen te maken zullen hebben. De rechtbank acht het verband tussen eisers verblijfspositie en de situatie waarin hij zich bevindt alleszins aannemelijk en gaat er, net als verweerder, vanuit dat de meeste vreemdelingen die zich in dezelfde verblijfsrechtelijke positie bevinden, in meer of mindere mate vergelijkbare problemen zullen ondervinden. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn situatie in ongunstige zin zeer afwijkt van de situatie van andere vreemdelingen in dezelfde verblijfsrechtelijke positie.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
