Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:11496

Rechtbank Den Haag · 10-09-2014 · zaaknummer 13/30089, 13/23373 en 13/21332

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 16-09-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de Regeling ziet op uitzonderings- en begunstigend beleid en dat hij de Regeling in redelijkheid heeft kunnen beperken tot vreemdelingen met een asielachtergrond. Met de motivering van verweerder, dat er ten aanzien van vreemdelingen met een asielachtergrond sprake is van verschil in verantwoordelijkheid van de overheid gebaseerd op internationale verplichtingen, én een verschil in hun positie, ten opzichte van vreemdelingen met een reguliere achtergrond, is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat een objectieve en redelijke rechtvaardiging aanwezig is voor het gemaakte onderscheid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deze motivering met voornoemd standpunt afdoende gegeven. De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de in de Regeling neergelegde voorwaarde dat door of namens de vreemdeling een asielaanvraag moet zijn ingediend, niet in strijd is met artikel 14 EVRM. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat verweerder niet ten onrechte de belangenafweging in het kader van art. 8 EVRM in het nadeel van eisers heeft laten uitvallen. Het beroep op art. 3 IVRK slaagt evenmin, nu verweerder zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van eisers. Het beroep van eisers dat verweerder, in strijd met de door hem gedane toezeggingen aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, in de zaak van eisers heeft geweigerd zijn zogenoemde discretionaire bevoegdheid toe te passen, faalt eveneens, nu verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat deze uitlatingen niet zo moeten worden begrepen dat in alle gevallen waarin niet aan de voorwaarden van de Regeling wordt voldaan, steeds wordt beoordeeld of aanleiding bestaat om van de discretionaire bevoegdheid gebruik te maken. Indien een vreemdeling niet onder de Regeling valt, ligt het indienen van een aanvraag onder de beperking verblijf conform Minister, in de rede. Beroep ongegrond.

Advocaten

  • F.L.M. van Haren

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.