ECLI:NL:RBDHA:2014:11448
Rechtbank Den Haag · 17-07-2014 · zaaknummer AWB 13/31234
Inhoudsindicatie
Kinderpardonregeling (overgangsregeling), artikel 14 EVRM, leeftijd Samenvatting: Verweerder heeft geweigerd een verblijfsvergunning op grond van de Kinderpardonregeling (Overgangsregeling) te verlenen omdat eiser ouder is dan 21 jaar. Volgens eiser is dit onderscheid, gelet op artikel 14 EVRM, en andere internationaalrechtelijke instrumenten, niet gerechtvaardigd. Gezien het door de wetgever nagestreefde doel van de Kinderpardonregeling – het bieden van een oplossing voor minderjarige kinderen – en het onderscheid in verantwoordelijkheid die de overheid draagt voor minderjarigen ten opzichte van meerderjarigen, acht de rechtbank een objectieve en redelijke rechtvaardiging aanwezig voor het uitgangspunt dat de Kinderpardonregeling tot minderjarigen is beperkt. Dat verweerder daarbij een Overgangsregeling heeft opgesteld waarbij bepalend is of een vreemdeling op 29 oktober 2012 jonger dan 21 jaar was acht de rechtbank evenmin in strijd met een discriminatieverbod. Bij een dergelijke Overgangsregeling moet immers een grens worden getrokken en gelet op de door verweerder gegeven aanleiding voor die Overgangsregeling en de omstandigheid dat de leeftijd van 21 jaar ook in andere opzichten als relevant wordt gezien, is de door verweerder gemaakte keuze niet onredelijk. Dat sprake zou moeten zijn van ‘very weighty reasons’ om een onderscheid op grond van leeftijd te kunnen maken, zoals eiser stelt, volgt de rechtbank niet. Een onderscheid op grond van leeftijd is immers inherent aan deze regeling die op minderjarigheid is gebaseerd. Dat, zoals eiser betoogt, bij onderscheid naar leeftijd altijd ‘very weighty reasons’ aanwezig moeten zijn kan niet worden gevolgd reeds omdat daarvan bij het arrest van het EHRM van 10 juni 2010 in de zaak Schwizgebel tegen Zwitserland, nr. 25762/07, evenmin sprake was. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat de Kinderpardonregeling in dit opzicht in strijd is met artikel 14 van het EVRM. Gelet op de voorgaande overwegingen is evenmin sprake van strijd met artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM en artikel 26 van het IVBPR. Deze bepalingen bieden immers geen verdergaande bescherming dan artikel 14 van het EVRM. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
