ECLI:NL:RBDHA:2014:11212
Rechtbank Den Haag · 05-09-2014 · zaaknummer 13_10488 IB-PVV, 13_10489 IB-PVV, 13_10491 IB-PVV en 13_10492 IB-PVV
Inhoudsindicatie
Eisers hebben met dagtekening 13 september 2006 bezwaar gemaakt tegen de voor de jaren 2002 en 2003 aan hen opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en met dagtekening 28 februari 2008 tegen de voor de jaren 2004 en 2005 aan hen opgelegde aanslagen IB/PVV. De bezwaarschriften zijn na een uitspraak van het gerechtshof Den Haag in een andere procedure op 7 november 2011 gemotiveerd. Bij uitspraken op bezwaar van 8 november 2013 is verweerder tegemoetgekomen aan de bezwaren van eisers voor zover die zien op de hoogte van de aanslagen en is 4 maal € 218 aan proceskostenvergoeding toegekend. In geschil is de vraag of eisers recht hebben op een vergoeding van immateriële schade wegens de duur van de procedure. Daarnaast is de hoogte van de toegekende proceskostenvergoeding in geschil. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen recht op vergoeding van immateriële schade nu verweerder is tegemoetgekomen aan de bezwaren van eisers en het inhoudelijke geschil niet is voorgelegd aan de rechtbank. Het rechtsbeginsel dat beslechting van belastinggeschillen binnen een redelijke termijn dient plaats te vinden heeft namelijk vooreerst betrekking op de procedure voor de rechter. Ten aanzien van de proceskostenvergoeding dienen de bezwaarschriften die tegelijkertijd zijn ingediend naar het oordeel van de rechtbank te worden aangemerkt als samenhangende zaken. De rechtbank kan eisers niet volgen in hun stelling dat wegingsfactor 2 zou moeten worden toegekend wegens de duur van de bezwaarprocedure. De termijn waarbinnen uitspraak op bezwaar is gedaan vormt geen omstandigheid waar het Besluit proceskosten bestuursrecht op ziet. De totale proceskostenvergoeding bedraagt dientengevolge € 486. Nu verweerder in totaal € 872 heeft toegekend treft de stelling van eisers dat de toegekende vergoeding te laag is geen doel.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
