ECLI:NL:RBDHA:2014:11136
Rechtbank Den Haag · 03-09-2014 · zaaknummer 12/30979
Inhoudsindicatie
Tamils, herhaalde aanvraag, mishandeling bij terugkeer, ambtsbericht 2013, risicofactoren Naar het oordeel van de rechtbank levert de vermelding van mishandeling na terugkeer in het ambtsbericht van 2013 een nieuw feit of veranderde omstandigheid op, waarvan niet op voorhand kan worden uitgesloten dat het af kan doen aan het eerdere besluit. Verweerder heeft in de vorige procedures deze melding van mishandeling na terugkeer niet betrokken bij de beoordeling van alle door eiser naar voren gebrachte risicofactoren, in onderlinge samenhang bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka. Immers, ten tijde van het vorige besluit was dit gegeven voor partijen (nog) niet kenbaar. De rechtbank acht daarbij niet relevant of, zoals verweerder zonder nadere onderbouwing heeft gesteld, achteraf gezegd kan worden dat die controles eerder ook al plaatsvonden en dat de feitelijke situatie niet aantoonbaar is veranderd. Bepalend is naar het oordeel van de rechtbank dat het gesignaleerde risico bij het eerder besluit niet (kenbaar) kon worden meegewogen omdat dit risico toen nog niet gesignaleerd was. Nu verweerder vasthoudt aan de stelling dat hetgeen in het ambtsbericht van 2013 staat vermeld geen aanleiding vormt om de risico’s bij terugkeer voor Tamils anders in te schatten dan voorheen, betekent dat ook dat verweerder ten onrechte niet alle risicofactoren in onderlinge samenhang heeft bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka. Het bestreden besluit komt daarom voor vernietiging in aanmerking. Tav instandlating rechtsgevolgen: Naar het oordeel van de rechtbank kan - gelet op de hiervoor genoemde uitspraken - niet zondermeer gezegd worden dat in het geval van eiser geen sprake is van een verhoogd risicoprofiel en dat eiser niet behoort tot de categorie repatrianten die de aandacht van de Sri Lankaanse autoriteiten oproept. In het specifieke geval van eiser staat vast dat hij transportdiensten verricht heeft voor de LTTE, in 2007 gearresteerd, gedetineerd en mishandeld is door het Sri Lankaanse leger en dat hij samen met een vriend is vrijgelaten en dat hen een meldplicht is opgelegd. Voorts wordt van de zijde van verweerder niet betwist dat uit het Franse asieldossier van de broer van eiser is gebleken dat deze broer verdacht wordt van betrokkenheid bij de LTTE en mede op grond daarvan in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Gelet op de hiervoor genoemde individuele omstandigheden berust verweerders bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank niet op een motivering die het bestreden besluit kan dragen. Nu niet is uitgesloten dat de door eiser benoemde risicofactoren, in onderlinge samenhang bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, tot de conclusie leiden dat er in het geval van eiser bij terugkeer naar zijn land van herkomst sprake is van een gegronde vrees voor vervolging dan wel mogelijke schending van artikel 3 van het EVRM, zal de rechtbank niet de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand laten. Rechtsgevolgen worden niet in stand gelaten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
