Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:10942

Rechtbank Den Haag · 29-08-2014 · zaaknummer AWB 13/31426

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 02-09-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

bekering, christendom, bekeringsproces inzichtelijk maken, Bahaddar, Bahaddar-toets, uitspraak van de Afdeling van 30 juni 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2483), artikel 3 EVRM, evangeliserend weblog, Iran, betrekken standpunt van verweerder, besluiten enkel niet uit te zetten, indicatie van bekering, commissie Plaisier, situaties waarin geen sprake van een oprechte bekering, bewust bij de autoriteiten de indruk wekken, niet terughoudend toetsen Op 14 oktober 2013 diende eiseres een vierde asielaanvraag in. Het was de derde asielaanvraag waarbij wordt aangevoerd dat eiseres bekeerd is tot het christendom, hetgeen onder meer zou blijken uit haar activiteiten in een christelijk koor, het bijhouden van een evangeliserend weblog en verklaringen van derden. Verder verwijst eiseres naar een verslag van een gesprek met de commissie Plaisier. De door eiseres overgelegde stukken zijn grotendeels op haar verzoek opgesteld. Niet valt in te zien dat dit niet eerder had kunnen, en derhalve moeten, gebeuren. Een ander document is een schermafdruk van een weblog dat eiseres naar eigen zeggen al drie jaar heeft, zodat ook dit weblog in een eerdere procedure had kunnen worden aangevoerd. Om de bekering alsnog geloofwaardig te maken is verder nodig dat eiseres zelf alsnog overtuigende verklaringen aflegt waarmee inzichtelijk wordt gemaakt waarom zij is bekeerd en hoe dit proces is verlopen, zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 6 maart 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:890). Dergelijke verklaringen heeft zij echter niet afgelegd, zodat er geen sprake is van een relevante wijziging van het recht en/of nova die een hernieuwde toetsing van het bestreden besluit rechtvaardigen. Gezien paragraaf 45 van het arrest Bahaddar echter, dient de rechtbank te beoordelen of er zich bijzondere feiten of omstandigheden voordoen die leiden tot het oordeel dat uitzetting een schending van artikel 3 EVRM met zich brengt. Gezien de uitspraak van de Afdeling van 30 juni 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2483) betrekt de rechtbank bij die beoordeling mede het standpunt van verweerder. Uit de aard van de te maken beoordeling volgt dat de rechtbank dat standpunt niet terughoudend toetst. Ook in het kader van de Bahaddar-toets is de rechtbank van oordeel dat eiseres haar bekering niet aannemelijk heeft gemaakt. De overgelegde stukken en de activiteiten die zij aantonen zijn een indicatie van een bekering, maar zijn op zichzelf onvoldoende om die bekering aan te tonen. Het gespreksverslag met de commissie Plaisier verder, gaat weliswaar niet in op de activiteiten van eiseres, maar op haar innerlijke geloofsbeleving, maar ook in dat verslag ziet de rechtbank geen aanleiding om bijzondere feiten en omstandigheden aan te nemen, nu uit het gespreksverslag niet valt op te maken waarom eiseres tot haar bekering is gekomen en hoe dit proces is verlopen. De stelling van eiseres, dat zij vanuit Nederland een Iraans evangeliserend weblog heeft bijgehouden dat is afgesloten door de Iraanse autoriteiten, volgt de rechtbank niet zodat ook hieruit geen bijzondere feiten en omstandigheden volgen in de zin van het arrest Bahaddar. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat het weblog is afgesloten op last van de autoriteiten. Overigens merkt de rechtbank op dat ook als het weblog door de autoriteiten was afgesloten, dat niet zonder meer zou betekenen dat eiseres een asielvergunning had moeten krijgen. Verweerder zou onder omstandigheden ook hebben kunnen besluiten eiseres enkel niet uit te zetten naar Iran. Daarvoor zou aanleiding kunnen bestaan in situaties waarin geen sprake is van een oprechte bekering, terwijl de vreemdeling bewust bij de autoriteiten in het land van herkomst de indruk wil wekken dat dat wel het geval is. Tot slot overweegt de rechtbank dat de vrees van eiseres terugkeer naar Iran eraan voorbij gaat dat de naam waaronder eiseres in Nederland en op internet bekend staat een andere is dan haar in Iran bekende naam. De vrees om bij terugkeer in Iran ondervraagd te worden is gebaseerd op de veronderstelling dat de Iraanse autoriteiten ter plaatse wetenschap zullen hebben van het weblog van eiseres en haar evangeliserende activiteiten in Nederland. Een grond voor die veronderstelling is er echter niet.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.