ECLI:NL:RBDHA:2014:10910
Rechtbank Den Haag · 01-09-2014 · zaaknummer 13/29485
Inhoudsindicatie
Kinderpardon, Overgangsregeling, toezicht Met eisers stelt de rechtbank vast dat in de Regeling wisselend wordt gesproken van ‘hebben onttrokken aan toezicht’ en ‘uit beeld zijn’. Zoals hiervoor onder 8 is vermeld hebben deze begrippen volgens verweerder dezelfde betekenis. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers voor de uitleg hiervan terecht gewezen op de door verweerder in de Tweede Kamer gegeven uitleg over het toezichtscriterium. Uit het verslag van het op 12 maart 2013 over de Regeling gehouden plenaire debat (Handelingen 2012-2013, nr. 60, pag. 90) blijkt dat verweerder in dat debat heeft toegelicht dat met het toezichtscriterium beoogd wordt te voorkomen dat vreemdelingen die zich jarenlang hebben onttrokken aan het toezicht van de rijksoverheid en die een leven in illegaliteit hebben verkozen, in aanmerking kunnen komen voor de Regeling. Ook in antwoorden op Kamervragen (TK, 2012-2013, nr. 1394) is te lezen dat voorkomen moet worden dat vreemdelingen die zich hebben onttrokken aan het toezicht van de Rijksoverheid en een leven in de illegaliteit hebben verkozen in aanmerking zouden kunnen komen voor de Regeling. Uit het voorgaande blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat een vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling indien hij zich door eigen handelen actief heeft afgekeerd van het in de Regeling bedoelde rijkstoezicht. De rechtbank acht dit beleid niet onredelijk. Gelet op het hiervoor overwogene echter is de rechtbank van oordeel dat verweerder met zijn standpunt zoals hiervoor onder 8 weergegeven, blijk geeft van een onjuiste uitleg van de Regeling. De wijze waarop verweerder uitvoering geeft aan het in de Regeling opgenomen beleid, leidt er naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte toe dat vreemdelingen die zich niet actief hebben onttrokken aan het toezicht of niet bewust de illegaliteit hebben gekozen, niet onder de werking van het beleid vallen, ook niet indien zij steeds onder toezicht zijn gebleven van de (zij het gemeentelijke) overheid. In het geval van eisers heeft het COA de opvang beëindigd. Hieruit blijkt niet dat eisers zich door eigen handelen actief hebben afgekeerd van de opvang (en daarmee het toezicht) door het COA. Daarnaast hebben eisers naar het oordeel van de rechtbank met al hetgeen zij op dit punt hebben aangevoerd, aannemelijk hebben gemaakt dat zij op en na 27 juli 2010, de datum vanaf wanneer het toezichtscriterium geldt, niet meer in aanmerking zouden zijn gekomen voor rijksopvang door het COA, nu het COA al voor die datum de opvang van eisers had beëindigd en eisers inmiddels reeds andere opvang van overheidswege genoten. Eisers hebben met vele stukken en een verklaring van de burgemeester aangetoond dat zij steeds onder toezicht zijn gebleven van de gemeentelijke overheid. Ook heeft verweerder ter zitting gemeld dat eisers in het systeem van de IND bekend zijn en waren. Met de stelling dat eisers een eigen verantwoordelijkheid hadden om de DT&V te benaderen om weer in beeld te komen van de rijksoverheid heeft verweerder een onjuiste uitleg gegeven aan het in de Regeling neergelegde beleid. In dit verband wijst de rechtbank mede op het feit dat namens eisers terecht is gewezen op een verschil tussen de Overgangsregeling en de Definitieve Regeling in die zin, dat in de Overgangsregeling niet als contra-indicatie voor het verlenen van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling aan de vreemdeling wordt tegengeworpen dat hij niet heeft meegewerkt aan zijn vertrek, waar dit in de Definitieve Regeling wel wordt tegengeworpen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
