Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:10284

Rechtbank Den Haag · 31-07-2014 · zaaknummer AWB 13/32699

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 19-08-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

herhaalde aanvraag asiel; terugkeerbesluit en inreisverbod Verweerder heeft bepaald dat eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten, omdat een risico bestaat dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken, omdat eiser eerder een besluit heeft ontvangen waaruit de plicht blijkt Nederland te verlaten en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven, omdat eiser geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en omdat hij niet beschikt over voldoende middelen van bestaan. Verweerder heeft daarnaast een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd nu eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten. Verweerder heeft bij het eerdere afwijzende asielbesluit van 13 juli 2012 bepaald dat eiser Nederland uit eigen beweging dient te verlaten voor het einde van de beroepstermijn. Eiser heeft op 9 augustus 2012 beroep ingesteld tegen voornoemd besluit, waardoor per die datum de vertrektermijn is opgeschort totdat op het beroep is beslist. Bij uitspraak van 2 juli 2013 heeft de rechtbank het beroep tegen voornoemd besluit ongegrond verklaard. De termijn waarbinnen eiser ingevolge artikel 62, eerste lid, Vw Nederland uit eigen beweging diende te verlaten, is derhalve verstreken op 30 juli 2013. Eiser heeft zich op 18 juli 2013 bij verweerder gemeld met het verzoek een herhaalde aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, waarbij hij stukken heeft overgelegd ter onderbouwing van die aanvraag. Op 11 september 2013 heeft eiser vervolgens zijn herhaalde aanvraag formeel ingediend. Vanaf 18 juli 2013 had eiser derhalve (opnieuw) rechtmatig verblijf in Nederland. Daarmee is de verplichting voor eiser om Nederland te verlaten binnen de in het afwijzende besluit van 13 juli 2012 gestelde termijn, komen te vervallen. Daarom bestaat geen grond voor het oordeel dat eiser zich niet heeft gehouden aan zijn verplichting Nederland uit eigen beweging te verlaten binnen de daarvoor gestelde termijn. Verweerder heeft deze grond dan ook ten onrechte ten grondslag gelegd aan zijn standpunt dat een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken, en daarmee aan zijn beslissing in het thans bestreden besluit dat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.