ECLI:NL:RBDHA:2014:10277
Rechtbank Den Haag · 17-07-2014 · zaaknummer AWB 13/11688 en 13/11689
Inhoudsindicatie
inreisverbod met duur tien jaar in verband met toepasselijkheid van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Tegenwerping artikel 1 (F) staat in rechte vast; thans geen nova. Niet duurzaam onuitzetbaar op grond van artikel 3 EVRM; verblijf in derde land. Terugkeerrichtlijn en terugkeerplicht vreemdeling. Artikel 8 EVRM; familie- en gezinsleven en privéleven. More than the normal emotional ties met inwonende meerderjarige kinderen. Artikel 66a, achtste lid, Vw; medische omstandigheden. BMA-advies. Aangezien in eerdere procedures in rechte is komen vast te staan dat artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag op eiser van toepassing is, kunnen enkel nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden een hernieuwde beoordeling van de tegenwerping van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag rechtvaardigen. Verweerder heeft vastgesteld dat uitzetting van eiser naar zijn land van herkomst in strijd is met het verbod op refoulement. Verweerder zal daarom niet overgaan tot fysieke verwijdering van eiser uit Nederland, conform het bepaalde in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Terugkeerrichtlijn. Noch de tekst, noch de systematiek van de Richtlijn verzet zich vervolgens ertegen dat op eiser een terugkeerverplichting blijft rusten. Het standpunt dat het inreisverbod wegens het uitzettingsbeletsel op grond van artikel 3 EVRM in strijd is met de Terugkeerrichtlijn, wordt dan ook niet gevolgd. Eiser heeft onvoldoende inspanningen verricht om aannemelijk te maken dat het voor hem niet mogelijk is om aan zijn vertrekplicht te voldoen. Artikel 8 EVRM (more than the normal emotional ties): factoren die daarbij van belang zijn, zijn de eventuele samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de gezondheid van betrokkenen en de banden met het land van herkomst. Privéleven: verweerder heeft de hechtheid van eisers sociale, culturele en familiebanden met Nederland beoordeeld. Aan eiser is nimmer een verblijfsvergunning verleend. Hij kan daarom niet worden aangemerkt als een “settled migrant”, zoals bedoeld in de jurisprudentie van het EHRM. In dat geval zal alleen in uitzonderlijke omstandigheden sprake zijn van een schending van 8 EVRM op grond van het privéleven. Medische omstandigheden: verweerder behoefde geen nieuw advies te vragen aan het BMA. Verweerder heeft in redelijkheid het standpunt kunnen innemen dat de medische situatie van eiser geen aanleiding geeft voor toepassing van artikel 66a, achtste lid, Vw.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
