Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:10259

Rechtbank Den Haag · 02-05-2014 · zaaknummer AWB 13/3004, 13/20719, 13/3005, 13/26143

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 19-08-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

kinderpardon, artikel 4:84, klemmende redenen van humanitaire aard, artikel 8 EVRM Blijkens de toelichting op de Regeling heeft verweerder met de Regeling het oog gehad op kinderen die lange tijd in Nederland hebben verbleven De overgangsregeling biedt duidelijkheid aan kinderen met een asielachtergrond, die reeds langdurig in Nederland verblijven. Gelet op het beleid en de ratio van langdurig verblijf heeft verweerder de aanvraag van eiser terecht afgewezen nu hij niet voldoet aan de voorwaarde van vijf jaar verblijf in Nederland. Dat eiseres voor de geboorte van eiser een asielaanvraag heeft ingediend leidt niet tot een ander oordeel nu verweerder dit niet heeft tegengeworpen. Nu de door eisers aangevoerde omstandigheden reeds zijn verdisconteerd in het beleid, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 Awb geen sprake is. Het beroep op artikel 4:84 van de Awb faalt derhalve. Voorts is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de aangevoerde omstandigheden in het kader van klemmende redenen van humanitaire aard niet leiden tot het toestaan van verblijf aan eisers. De stelling van eiser dat hij bij terugkeer in een deplorabele en schrijnende toestand terecht zal komen is onvoldoende om te concluderen dat verweerder op grond van klemmende redenen van humanitaire aard had dienen in te stemmen met het verblijf van eisers. Voorts speelt terugkeer vooralsnog geen rol nu verweerder aan eiseres uitstel van vertrek heeft verleend op grond van artikel 64 Vw voor de duur van een jaar, welk uitstel eveneens betrekking heeft op eiser. Gelet op de motivering van verweerder is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat sprake is van een onjuiste belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.