ECLI:NL:RBDHA:2014:10160
Rechtbank Den Haag · 04-04-2014 · zaaknummer Awb 14/670
Inhoudsindicatie
Bij meeromvattend besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen en tegen eiser een terugkeerbesluit en inreisverbod voor de duur van tien jaar uitgevaardigd. Hoewel eiser met onbekende bestemming was vertrokken, verklaart de rechtbank het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag ontvankelijk, omdat door eisers advocaat is gesteld dat het contact met eiser inmiddels is hersteld en eiser prijs stelt op de behandeling van onderhavig beroep. Voorts is van belang dat eiser met onderhavig beroep niet beoogt bescherming te verkrijgen, maar buitenbehandelingstelling van zijn asielaanvraag. Van een situatie als bedoeld in de Afdelingsuitspraak van 22 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:183) is daarom geen sprake. Nu eiser uitdrukkelijk heeft gesteld dat hij met het instellen van het beroep geen verkrijging van rechtmatig verblijf of een verblijfsvergunning asiel beoogt, maar enkel een buitenbehandelingstelling van zijn aanvraag, is de rechtbank van oordeel dat de jurisprudentie van de Afdeling betreffende de niet-ontvankelijkheid van een beroep tegen een asielbesluit in het geval een zwaar inreisverbod is opgelegd (Afdeling 9 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:298 en Afdeling 18 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:463,) niet van toepassing in deze zaak. De rechtbank is met eiser van oordeel dat hij belang heeft bij het voorkomen van een eventueel toekomstige tegenwerping van artikel 4:6 van de Awb en dat hij hiermee een rechtens te honoreren belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De rechtbank is van oordeel dat uit artikel 20 van de Procedurerichtlijn en artikel 4:5 van de Awb geen algemene verplichting voor verweerder voortvloeit op grond waarvan hij in een geval als het onderhavige, waarin overigens geen sprake is van de in artikel 4:5 van de Awb bedoelde situatie dat de aanvrager niet heeft voldaan aan een wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, is gehouden tot buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag. Voorts is de rechtbank van oordeel dat verweerder in de bijzondere omstandigheden van dit geval in redelijkheid geen aanleiding heeft hoeven zien eisers asielaanvraag buiten behandeling te stellen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
