Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2014:10108

Rechtbank Den Haag · 10-03-2014 · zaaknummer AWB-13_24213

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 14-08-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Er bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder de strafmaatvergelijking zoals door hem van het Openbaar Ministerie verkregen, ten onrechte aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft gelegd. Nu deze strafmaatvergelijking uitwijst dat in Nederland meer dan 36 maanden gevangenisstraf aan eiser zou zijn opgelegd voor het door hem gepleegde opiumdelict, is voldaan aan de toepasselijke norm van de glijdende schaal en was verweerder in beginsel gerechtigd de verblijfsvergunning van eiser in te trekken. De rechtbank overweegt dat de strikte scheiding tussen asiel en regulier die volgt uit de systematiek van de Vw 2000, ertoe leidt dat de toepassing van artikel 8 van het EVRM, behoudens in het kader van een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e en f, van de Vw 2000, dient plaats te vinden in de procedure omtrent een reguliere vergunning. Die scheiding geldt evenzeer ingeval van de intrekking van een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank zal hetgeen eiser tegen de intrekking van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in het kader van artikel 8 van het EVRM aanvoert daarom beoordelen alsof dit deel uitmaakt van zijn gronden gericht tegen het inreisverbod. Hoewel het beleid van verweerder zoals neergelegd in het WBV 2013/26 van 5 december 2013 niet rechtstreeks van toepassing is, nu geen van de gezinsleden direct voldoet aan de gewijzigde beleidsregels die zien op verwesterde schoolgaande minderjarige vrouwen, kan hieruit in het kader van de door verweerder te maken “fair balance” wel worden geconcludeerd dat verwesterde minderjarige kinderen, met name meisjes, in Afghanistan een slechte positie hebben. Ook uit het algemeen ambtsbericht Afghanistan van december 2013 blijkt dat de bewegingsvrijheid van vrouwen en meisjes beperkt is en dat zij zich vooral buiten de grote steden niet kunnen verplaatsen zonder een mannelijk begeleider. Verweerder heeft door enkel te overwegen dat niet valt in te zien waarom de echtgenote en zijn kinderen niet met eiser kunnen terugkeren naar Afghanistan om aldaar het gezinsleven voort te zetten, omdat de echtgenote en de zoon van eiser voor hun naturalisatie in 2007 de Afghaanse nationaliteit hadden, de dochter van eiser gezien haar leeftijd nog niet geworteld is in Nederland en de echtgenote zich in Afghanistan staande zou kunnen houden door zich gedeisd te houden, onvoldoende gewicht toegekend aan voornoemde omstandigheden. De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat het opleggen van het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.