ECLI:NL:RBDHA:2014:10098
Rechtbank Den Haag · 29-04-2014 · zaaknummer AWB-14_8865
Inhoudsindicatie
De rechtbank stelt vast dat gemachtigde zelf onderkend heeft dat het beroep van 11 april 2014 prematuur is. Voorts stelt de rechtbank vast dat de gemachtigde, hoewel daartoe nadrukkelijk in de gelegenheid gesteld, dit beroep niet intrekt en op geen enkele manier aangeeft waarom het beroep toch wordt gehandhaafd. De rechtbank heeft daarmee onnodig een beroep moeten beoordelen. De rechtbank heeft bovendien geconstateerd dat een soortgelijke situatie met deze gemachtigde zich eerder heeft voorgedaan. De rechtbank ziet thans nog geen aanleiding om de gemachtigde wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht te veroordelen in de proceskosten, maar wijst de gemachtigde wel op het risico dat dit een volgende keer mogelijk in de rede ligt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
