ECLI:NL:RBDHA:2014:10002
Rechtbank Den Haag · 26-02-2014 · zaaknummer AWB 12/1200
Inhoudsindicatie
In het geval twijfel is gerezen aan de gestelde identiteit en nationaliteit dient bij een besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning asiel een taalanalyse als bewijsmiddel van de op de staatssecretaris rustende last om aannemelijk te maken dat zich de intrekkingsgrond voordoet. Nu uit de taalanalyse blijkt dat eiser eenduidig is te herleiden tot de spraakgemeenschap van Bangladesh, heeft verweerder, door deze taalanalyse ten grondslag te leggen aan zijn standpunt dat de vreemdeling niet afkomstig is uit Myanmar, voldaan aan de op hem rustende bewijslast.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
