Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5172

Rechtbank Den Haag · 14-03-2013 · zaaknummer AWB 13/5127

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 08-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Uitgangspunt is dat verweerder zoveel mogelijk moet voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Met dit uitgangspunt strookt niet verweerders uitleg van de daaraan gerelateerde en partijen genoegzaam bekende inspanningsverplichting dat die verplichting eerst rust op verweerder zodra hij wordt geïnformeerd over de einddatum van de strafrechtelijke detentie. De rechtbank acht relevant dat de overheid die de strafrechtelijke detentie uitvoert, behoort tot hetzelfde ministerie als verweerder, het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Er van uitgaande dat twee tot hetzelfde ministerie behorende overheden elkaar voorzien van relevante informatie en overigens verweerder op of omstreeks 31 december 2012 ermee bekend hoorde te zijn dat eiser in bewaring zou kunnen worden gesteld na zijn strafrechtelijke detentie, behoorde verweerder omstreeks 4 januari 2013 bekend te zijn met de redelijkerwijs te verwachten einddatum van de strafrechtelijke detentie. De rechtbank legt de inspanningsverplichting zo uit dat deze verplichting rust op verweerder vanaf 16 januari 2013, het moment dat eiser als een in strafrechtelijke detentie verblijvende vreemdeling gehouden was Nederland te verlaten. Niet in geschil is dat verweerder van 16 januari 2013 tot 19 februari 2013 geen op uitzetting gerichte handelingen heeft verricht, terwijl eiser onder andere onweersproken stelt dat verweerder bekend is dat de Poolse autoriteiten ruim voor de beoogde uitzetting willen worden geïnformeerd, en uitzetting relatief eenvoudig kon worden gerealiseerd met het aanschaffen van een vliegticket en het (laten) opmaken van een EU-staat. Daarmee heeft verweerder zijn inspanningsverplichting geschonden. De rechtbank acht aannemelijk dat verweerder eiser eenvoudig had kunnen uitzetten binnen de periode van 37 dagen strafrechtelijke detentie die resteerden vanaf 16 januari 2013, nu nadien is gebleken dat verweerder eiser heeft kunnen uitzetten binnen 14 dagen nadat hij begon met het verrichten van op uitzetting gerichte handelingen en niet aannemelijk is dat dit anders zou zijn geweest als verweerder daarmee eerder zou zijn begonnen. De rechtbank acht aannemelijk dat eiser niet in bewaring zou hebben verbleven als verweerder zijn inspanningsverplichting zou zijn nagekomen. Het met de bewaring gediende belang staat derhalve niet in redelijke verhouding tot de ernst van het gebrek en het daardoor geschonden belang.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.