Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2608

Rechtbank Den Haag · 13-02-2013 · zaaknummer AWB 12/9180 en 12/9208

BestuursrechtGepubliceerd 08-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Stellen van beperkingen aan demonstratie met een kampement van het samenwerkingsverband Occupy te Den Haag en vervolgens opdracht tot het beëindigen van het kampement. In de MvT bij art. 2 van de Wom (TK, vergaderjaar 1985-1986, 19 427, nr. 3) is vermeld dat de belangen genoemd in art. 2 dezelfde zijn als die genoemd in de artt. 6, lid 2 en 9, lid 2 van de Grondwet. De gegeven beperkingsbevoegdheden voor manifestaties op openbare plaatsen zijn ruimer dan die voor manifestaties op niet-openbare plaatsen. Bij het recht op betogen op openbare plaatsen kan onderscheid worden gemaakt tussen het gemeenschappelijk in de openbaarheid brengen van een standpunt en het middel waarmee het standpunt wordt verspreid. Het eerste betreft de kern van het recht tot betogen; het tweede is daaraan connex. Het verspreidingsrecht kan als connex recht aan verdergaande beperkingen worden onderworpen dan het kernrecht. Volgens vaste jurisprudentie van de ABRS (bijvoorbeeld de uitspraak van 5 januari 1996, LJN: AN5002) mag een beperking van het connexe recht: 1) geen verband houden met de inhoud van de betoging; 2) dient zij noodzakelijk te zijn met het oog op de belangen die de wettelijke regeling waarop de beperking rust beoogt te dienen en mag zij niet verder gaan dan met het oog op de bescherming van die belangen strikt nodig is; en 3) mag zij niet zo ver gaan dat van het connexe recht geen gebruik van betekenis overblijft. Op grond van de artt. 5, lid 1, en 7 van de Wom heeft de burgemeester bij zijn bevoegdheid tot het stellen van beperkingen aan een betoging dan wel het beëindigen van een betoging beoordelingsvrijheid. De Rb. dient het gebruik van deze bevoegdheden dan ook met terughoudendheid te toetsen. Verweerder heeft terecht gesteld dat het plaatsen van een gasstel en gaskachels brand- en explosiegevaar kan opleveren zodat gevaar voor de gezondheid kan ontstaan. De Rb. overweegt dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat het belang van bescherming van de gezondheid het opleggen van deze beperking rechtvaardigt. Naar het oordeel van de Rb. heeft verweerder eveneens met juistheid geoordeeld dat het plaatsen van een tent met een omvang van 20x30 meter, vier tenten met een omvang van 4x7 meter, het plaatsen van windbrekers en een EHBO-kar risico’s oplevert. Het plaatsen van dergelijke voorzieningen maakt het kampement, mede omdat het daardoor een besloten karakter krijgt, onoverzichtelijk. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat dit vanuit het oogpunt van voorkoming en bestrijding van wanordelijkheden dusdanig ongewenst is dat dit de opgelegde beperking rechtvaardigt. Ten slotte is niet gebleken dat de opgelegde beperkingen de manifestatie van eisers onmogelijk maken. Verweerder heeft op goede gronden aangenomen dat, gelet op de ontwikkelingen rondom het kampement op het Malieveld, ten tijde van het primaire besluit van een manifestatie in de zin van de Wom geen sprake meer was. Zoals verweerder heeft gesteld betreft het besluit de beëindiging van het kampement in de vorm waarin dit zich heeft ontwikkeld tot een vaste verblijfsplaats, een eigen terrein voor een beperkte groep personen met een gesloten karakter in de vorm van afgesloten bouwsels en tenten en niet de betoging of manifestatie op zichzelf (het kernrecht). Het bestreden besluit staat er niet aan in de weg dat eisers door middel van desgewenst elke dag terugkerende demonstraties overdag aandacht voor hun opvattingen vragen. Het betoog dat de enkele aanwezigheid van het kampement op zichzelf een wezenskenmerk is van de Occupy beweging, betekent naar het oordeel van de Rb. niet dat met die enkele aanwezigheid kan worden volstaan aangezien in dat geval geen verschil valt waar te nemen tussen het plaatsen van tenten en andere voorwerpen in de openbare ruimte en een manifestatie. Kenmerk van een manifestatie is immers, gelet op de wetshistorie, niet alleen gemeenschappelijkheid maar ook openbaarheid en meningsuiting. Naar het oordeel van de Rb. kan om dezelfde reden niet geoordeeld worden dat door de gekozen vorm als wezenlijk kenmerk van de manifestatie te bestempelen, deze vorm daarmee tot de kern van het recht op betogen gaat behoren en daarmee aan minder vergaande beperkingen dan het connexe recht zou kunnen worden onderworpen. Het betoog dat de verantwoordelijkheid voor het faciliteren van een permanent verblijf, en daarmee voor de mogelijkheid te kunnen blijven demonstreren, bij verweerder ligt, slaagt niet.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.