Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1007

Rechtbank Den Haag · 17-01-2013 · zaaknummer AWB 12/30997

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De beroepsgrond dat eiser ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld een schriftelijke zienswijze te geven over het voorgenomen inreisverbod slaagt. Het inreisverbod is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zodat eiser op grond van artikel 4:9 van de Awb, dat onvoorwaardelijk is geformuleerd, de keuze had moeten krijgen om mondeling of schriftelijk zijn zienswijze over het voorgenomen besluit te geven. Verweerder heeft deze mogelijkheid niet geboden. De rechtbank ziet echter aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit in stand blijven nu aan alle uit vaste rechtspraak volgende voorwaarden is voldaan. Eiser is in het gehoor van 11 september 2012 geïnformeerd over het aan hem op te leggen terugkeerbesluit en het inreisverbod, aan hem is uitgelegd dat individuele omstandigheden mogelijk tot een kortere duur van het inreisverbod zouden kunnen leiden en dat het aan hem is om zodanige omstandigheden aan te voeren. In het besluit van 11 september 2012 is verwezen naar het proces-verbaal van dit gehoor en is door verweerder overwogen dat niet gebleken is van redenen om af te zien van het opleggen van het inreisverbod. De rechtbank volgt verweerder in dit standpunt. Ook in beroep heeft eiser geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht die in de weg staan aan het opleggen van een inreisverbod. Eiser heeft dit ter zitting ook erkend. De rechtbank heeft kennis genomen van de uitspraak van de Afdeling van 20 november 2012 (www.raadvanstate.nl, 201207607/1/V1), waarin de Afdeling oordeelt dat de rechtsgevolgen niet in stand kunnen blijven. Die uitspraak leidt er niet toe dat de rechtbank afziet van het in stand laten van de rechtsgevolgen. Uit die uitspraak volgt voor de rechtbank niet dat en zo ja, op grond waarvan moet worden afgezien van het in stand laten van de rechtsgevolgen ook al wordt voldaan aan de vier uit vaste rechtspraak volgende voorwaarden.

Rechters

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.