ECLI:NL:RBDHA:2013:BY8831
Rechtbank Den Haag · 02-01-2013 · zaaknummer Awb 12 / 37077
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening. Terugkeerbesluit. Beoordeling of vreemdeling (familielid van een Burger van de Unie) verblijfsrechten kan ontlenen aan Unierecht. Burgers van de Unie en hun familieleden ontlenen hun verblijfsrecht rechtstreeks aan het Unierecht. Op hen is de Terugkeerrichtlijn ook niet van toepassing (artikel 2, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn). Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 1 november 2012, LJN: BY2816) volgt dat verweerder ingevolge artikel 3, vierde lid, van Terugkeerrichtlijn dient te onderzoeken of de vreemdeling op het moment van het nemen van een terugkeerbesluit rechtmatig in Nederland verblijft en, zo nee, of er ingevolge de toepasselijke wettelijke bepalingen op de vreemdeling de verplichting rust te vertrekken. De voorzieningenrechter leidt hieruit af dat, zo daartoe aanknopingspunten bestaan, verweerder dient te onderzoeken of een vreemdeling rechtstreeks verblijfsrechten kan ontlenen aan het Unierecht. De voorzieningenrechter deelt dus niet het standpunt van verweerder dat eventuele verblijfsrechten op grond van het Unierecht eerst aan de orde kunnen komen bij de beoordeling van een verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring dan wel bij de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van de Vw 2000. Voorafgaand aan het terugkeerbesluit was verweerder ervan op de hoogte dat verzoeker is gehuwd met Ogbuwa, dat Ogbuwa de Spaanse nationaliteit heeft (en dus burger van de Europese Unie is) en in Nederland verblijft, dat verzoeker bij haar in Nederland wil verblijven, dat verzoeker over een paspoort beschikt waarvan de gemachtigde een kopie aan verweerder heeft toegezonden en dat verzoeker om opheffing van de ongewenstverklaring heeft verzocht. Voor verweerder bestonden aldus voldoende aanknopingspunten om te onderzoeken of verzoeker verblijfsrechten kan ontlenen aan het Unierecht en meer in het bijzonder aan richtlijn 2004/38. Het terugkeerbesluit geeft er geen blijk van dat verweerder dat onderzoek heeft verricht. Aan de omstandigheid dat verzoeker ten tijde van het terugkeerbesluit geen geldig paspoort kon overleggen komt onder de gegeven omstandigheden geen beslissende betekenis toe.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
