ECLI:NL:RBDHA:2013:9624
Rechtbank Den Haag · 12-07-2013 · zaaknummer AWB 13/12438
Inhoudsindicatie
Niet in geschil is dat er geen bij wettelijk voorschrift bepaalde beslistermijn is voor een aanvraag als deze, zodat binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag een beschikking diende te worden gegeven. Gelet op artikel 4:13, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) gold in dit geval een beslistermijn van acht weken, tenzij verweerder een mededeling als bedoeld in artikel 4:14, derde lid, heeft gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank is de brief van verweerder van 24 januari 2013 geen mededeling als bedoeld in artikel 4:14, derde lid, Awb. De brief is weliswaar binnen de termijn van acht weken verstuurd, maar in de brief is enkel vermeld dat voor de behandeling van een schadeverzoek een termijn van zes maanden na indiening van het verzoek wordt gehanteerd. Hierin is niet vermeld dat de acht weken termijn van artikel 4:13, tweede lid, Awb niet wordt gehaald. Voorts vermeldt de brief ook geen redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Een termijn van zes maanden is, gelet op het grote verschil met een termijn van acht weken, naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval niet redelijk. Dit betekent dat verweerder geen mededeling als bedoeld in artikel 4:14, derde lid, Awb heeft gedaan en dat de in artikel 4:13, tweede lid, Awb opgenomen beslistermijn van acht weken van toepassing is. Hieruit volgt dat de ingebrekestelling van 23 april 2013 niet prematuur is ingediend en – anders dan verweerder heeft betoogd - dat het beroep op grond van artikel 6:2 Awb ook niet prematuur is ingediend. Omdat verweerder pas op 30 mei 2013 een beslissing op eisers aanvraag heeft genomen, heeft verweerder de beslistermijn overschreden. De rechtbank zal het beroep wegens het niet tijdig beslissen gegrond verklaren. Omdat verweerder inmiddels op de aanvraag heeft beslist, volstaat de rechtbank hiermee. Het voorgaande betekent tevens dat op grond van artikel 4:17 Awb dwangsommen zijn verbeurd.
Rechters
Advocaten
- A. van Driel
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
