Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:9611

Rechtbank Den Haag · 04-06-2013 · zaaknummer 12-353987

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 01-08-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De rechtbank stelt vast dat uit het dossier niet blijkt dat eiseres thans in bezit is van een (al dan niet tijdelijk) geldig verblijfsdocument voor Zuid-Afrika. De geldigheidsduur van de door eiseres overgelegde “Asylum Seeker Temporary Permit” van de Republic of South Africa, Department of Home Affairs is op 20 juni 2012 verstreken. Er is derhalve sprake van de in het beleid genoemde situatie dat uit de voorliggende stukken niet aanstonds blijkt of de asielzoeker een verblijfstitel heeft en sprake is van een langdurig verblijf in het land van eerder verblijf. Alsdan dient per individueel geval te worden bezien of onderzoek moet plaatsvinden in het land van eerder verblijf. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat geen aanleiding bestond nader onderzoek te doen naar de verblijfsrechtelijke positie van eiseres in het land van eerder verblijf, omdat de stukken in het dossier al antwoord geven op de onderzoeksvragen. Uit het dossier blijkt immers dat eiseres een asielaanvraag heeft ingediend in Zuid-Afrika, de autoriteiten haar verblijf hebben verleend in afwachting van een beslissing op die aanvraag en dat dat verblijf verlengd kan worden. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat uit het feit dat eiseres in Zuid-Afrika een asielaanvraag heeft ingediend en dat zij de behandeling daarvan mag afwachten niet reeds blijkt dat eiseres een verblijfstitel zal verkrijgen die duurzame bescherming tegen refoulement biedt. Uit het feit eiseres de beschikking had over een tijdelijk verblijfsrecht (Asylum Seeker Temporary Permit), dat blijkens het document twee keer verlengd kan worden, blijkt evenmin afdoende dat eiseres in het bezit zal worden gesteld van een verblijfstitel die naar zijn aard bescherming tegen refoulement biedt. Uit de door eiseres overgelegde verklaring van 26 oktober 2012 kan de rechtbank evenmin afleiden dat eiseres in Zuid-Afrika vooruitzicht heeft op een verblijfstitel die haar duurzaam beschermt tegen refoulement. Verweerders standpunt dat voor de conclusie dat sprake is van duurzame bescherming tegen refoulement niet vereist is dat sprake zal zijn van het verlenen van een geldige verblijfstitel die naar zijn aard daartegen duurzame bescherming biedt, maar dat de vaststelling dat een dergelijk verblijfsrecht mogelijk verleend wordt (verleend kan worden) daartoe voldoende is, volgt de rechtbank niet. Ingevolge het beleid moet immers vastgesteld worden, alvorens artikel 31, tweede lid, en onder i, Vw kan worden tegengeworpen, dat sprake is van duurzame bescherming tegen refoulement. Met de vaststelling dat duurzame bescherming mogelijk verkregen wordt, kan zulks niet worden vastgesteld en kan niet worden uitgesloten dat de vreemdeling geen duurzame bescherming tegen refoulement geniet. Een dergelijke interpretatie zou in strijd zijn met de ratio van de voorwaarde, die zijn grondslag vindt in het Vluchtelingenverdrag. In de in paragraaf C4/3.9.4 Vc geformuleerde uitzondering ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen. Gelet op het voorgaande, volgt de rechtbank niet verweerders standpunt, zoals toegelicht ter zitting, dat eiseres duurzame bescherming tegen refoulement geniet, omdat zij een asielaanvraag heeft ingediend waarop nog niet beslist is en dat zij in afwachting daarvan in bezit is gesteld van een tijdelijk verblijfsrecht (Asylum Seeker Temporary Permit) dat weliswaar is verlopen maar dat mogelijk verlengd kan worden. De rechtbank volgt eiseres dan ook in haar betoog dat verweerder zich niet zonder nadere motivering op het standpunt kon stellen dat Zuid-Afrika eiseres duurzame bescherming biedt tegen refoulement, zoals neergelegd in paragraaf C4/3.9.4 Vc. Dat geen aanleiding bestond onderzoek te doen naar de verblijfsrechtelijke positie van eiseres in het land van eerder verblijf, zoals verweerder ter zitting heeft aangegeven, volgt de rechtbank, gelet op het voorgaande, evenmin. Het beroep is gegrond.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

  • F.L.M. van Haren

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.