ECLI:NL:RBDHA:2013:8683
Rechtbank Den Haag · 11-07-2013 · zaaknummer AWB-13_5137
Inhoudsindicatie
Gesteld noch gebleken is dat verzoeker na het voltooien van de in 2008 gestarte opleiding activiteiten is gaan verrichten die de voortgezette toekenning van de vervoersvoorziening – het in bruikleen hebben van een Canta – op grond van artikel 35 van de WIA rechtvaardigen. Dientengevolge had verzoeker vanaf het moment van het voltooien van zijn opleiding, te weten per 30 januari 2009, geen recht meer op de aan hem toegekende vervoersvoorziening. Verzoeker heeft verzocht hem via een voorlopige voorziening enige tijd te gunnen om naar een oplossing te zoeken. Hiertoe ziet de voorzieningenrechter echter geen aanleiding, omdat het vooralsnog onduidelijk is of verzoeker de door hem gewenste oplossing zal vinden, en zo ja, hoeveel tijd daarmee gemoeid zal zijn. Voorts staan verzoeker alternatieve vervoersmiddelen, zoals een taxi en een driewieler, ter beschikking en heeft verweerder verzoeker een overgangstermijn gegund van vier weken, welke termijn door het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening bovendien nog met enige weken is uitgebreid. Deze termijn moet toereikend worden geacht voor verzoeker om zich op de nieuwe situatie in te stellen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
