ECLI:NL:RBDHA:2013:7882
Rechtbank Den Haag · 16-04-2013 · zaaknummer C/09/438042 FA RK 13-1583
Inhoudsindicatie
Internationale kinderontvoering - De moeder verzoekt primair teruggeleiding van de minderjarigen naar Bosnië en subsidiair vastlegging en nakoming van een internationale omgangsregeling. Voorts heeft de moeder in verband met haar subsidiaire verzoek verzocht een ouderschapsonderzoek te gelasten alsmede benoeming van een bijzondere curator (kinderpsycholoog). De minderjarigen verblijven sinds 10 september 2009 in Nederland. De rechtbank gaat voorbij aan het niet-ontvankelijkheidverweer van de vader nu uit artikel 8 HKOV blijkt dat een verzoek tot teruggeleiding kan worden gedaan aan de centrale autoriteit, doch dat dit geen formeel vereiste is. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van ongeoorloofde overbrenging in de zin van het Verdrag nu de moeder naar het oordeel van de rechtbank heeft ingestemd met het verblijf van de minderjarigen in Nederland. De rechtbank leidt deze instemming af uit het verslag van de Sociale Dienst in Bosnië, opgemaakt in het kader van de echtscheidingsprocedure. Uit deze verklaring blijkt onmiskenbaar dat de moeder in 2009 heeft ingestemd met het verblijf van de minderjarigen in Nederland, althans dat zij wist dat de vader van plan was om op korte termijn met de minderjarigen in Nederland te gaan wonen en dat zij zich daartegen niet heeft verzet. Integendeel, tussen de vader en de moeder is een omgangsregeling afgesproken die uitsluitend in vakantieperioden zou plaatsvinden. Volgens de moeder heeft zij deze verklaring dan wel instemming, onder druk van de situatie waarin zij als vrouw van een strenge moslim verkeerde en waarin zij feitelijk nauwelijks rechten had, gedwongen afgelegd. De rechtbank acht het verweer van de moeder, gelet op de betwisting door de vader, onvoldoende onderbouwd en gaat daaraan voorbij. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat de weergave van de moeder omtrent de gang van zaken rond de echtscheiding die is opgenomen in stukken van de Bosnische centrale autoriteit geen blijk geeft van uitgevoerde ongeoorloofde druk en dwang bij de afspraken rondom de echtscheiding noch dat de wil van de moeder om daarmee in te stemmen ontbrak. Het verzoek tot teruggeleiding wordt afgewezen. Ten aanzien van het subsidiaire verzoek is de rechtbank van oordeel dat zij onbevoegd is van dit verzoek kennis te nemen nu de minderjarigen hun werkelijke verblijfplaats in [woonplaats] hebben. De rechtbank verwijst de zaak met betrekking tot het subsidiaire verzoek naar de rechtbank Rotterdam ter verdere behandeling.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- M.J. Alt-van Endt
- S. Scheimann
- Y.M. Schrevelius
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
