ECLI:NL:RBDHA:2013:7361
Rechtbank Den Haag · 16-05-2013 · zaaknummer AWB-12_3620
Inhoudsindicatie
X en haar echtgenoot woonden van 1 november 1975 tot 1 april 1980 op de bovenverdieping van een pand. Deze verdieping had een eigen ingang en beschikte over eigen sanitaire voorzieningen, een keuken en eigen water- en elektriciteitsaansluitingen. Op 3 november 1975 is X op de benedenverdieping van het pand een drogisterij gaan exploiteren. X en haar echtgenoot hebben in 1990 het pand in eigendom verworven. Het pand was juridisch niet gesplitst. De bovenverdieping is vanaf 1 april 1991 verhuurd. De huuropbrengsten zijn als bedrijfsopbrengsten verantwoord. De hypothecaire lening waarmee de aankoop werd gefinancierd is eveneens tot het ondernemingsvermogen gerekend. In 1997 zijn X en haar echtgenoot een vennootschap onder firma (v.o.f.) aangegaan. X en zijn echtgenote hebben zowel de boven- als de benedenverdieping vanaf het begin tot hun ondernemingsvermogen aangemerkt. Zij hebben de onderneming in 2008 gestaakt. In geschil is of de bovenverdieping tot het moment van staking terecht tot hun ondernemingsvermogen is gerekend. Bij bevestigende beantwoording van die vraag is nog in geschil of verweerder het vertrouwensbeginsel heeft geschonden. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de bovenverdieping bij de aankoop leeg stond en dus niet voorzag in de woonbehoefte van X en haar echtgenoot en ook niet voor de onderneming werd gebruikt. Bij de aankoop was daarom sprake van keuzevermogen. Het stond X en haar echtgenoot vrij de bovenverdieping tot hun privévermogen of tot hun ondernemingsvermogen te rekenen. Uit de vaststaande feiten blijkt dat zij er voor gekozen hebben de bovenverdieping steeds tot het ondernemingsvermogen te rekenen. Met het als verplicht privévermogen aanmerken van de bovenverdieping zouden de grenzen der redelijkheid worden overschreden. Het is niet aannemelijk dat verweerder het vertrouwensbeginsel heeft geschonden. Het beroep is ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst[te P]
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Belastingdienst[te P]
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
