ECLI:NL:RBDHA:2013:5273
Rechtbank Den Haag · 12-04-2013 · zaaknummer 09/842024-13
Inhoudsindicatie
De rechtbank is in deze zaak van oordeel dat ernstig getwijfeld kan worden aan de zuiverheid van oogmerk van de betrokken verbalisant, waardoor er geen vertrouwen in het door hem gerelateerde kan bestaan. Hij heeft immers de vereiste professionele en objectieve handelwijze, die van een verbalisant wordt verwacht, op ontoelaatbare wijze geschonden door met een aangeefster een seksuele relatie te beginnen tijdens het onderzoek in de zaak waarin zij stelt slachtoffer te zijn geworden. Hierdoor en in combinatie met zijn aanzienlijke aandeel en betrokkenheid in het opsporingsonderzoek, is ernstig inbreuk gemaakt op de beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren.
Advocaten
- F.H. Bruggink
- P.A. Willemse
Officier van justitie
- P.A. Willemse
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
