ECLI:NL:RBDHA:2013:19758
Rechtbank Den Haag · 17-05-2013 · zaaknummer AWB 12/34831
Inhoudsindicatie
Ongewenstverklaring van een vreemdeling met Surinaamse nationaliteit in verband met overtreding Opiumwet. De rechtbank overweegt dat uit de door eiser aangehaalde rechtspraak volgt dat bij de ingevolge artikel 8 EVRM te verrichten belangenafweging een belangrijke plaats toekomt aan de belangen van de in Nederland verblijvende kinderen van Nederlandse nationaliteit van de vreemdeling. Met betrekking tot het belang van kind 1 heeft verweerder in het besluit in primo slechts overwogen dat de relatie die eiser met zijn zoontje onderhoudt, niet zonder meer betekent dat ongewenstverklaring achterwege dient te blijven en kind1 zich gelet op zijn leeftijd kan aanpassen in een ander land. Daarbij merkt de rechtbank op dat verweerder ten tijde van dit besluit nog overwoog dat het gezinsleven tijdens onrechtmatig verblijf in Nederland was ontstaan, welke overweging later in het bestreden besluit is bijgesteld in de zin dat het gezinsleven is ontstaan gedurende de perioden dat eiser kort verblijf in Nederland had. Een nadere motivering met betrekking tot de afweging van de specifieke belangen van kind 1 bij het onderhouden van een band met zijn vader, eiser, en op welke wijze in de praktijk aan deze gezinsband invulling kan worden gegeven ontbreekt echter in het bestreden besluit. Verweerder beperkt zich in het bestreden besluit tot het algemene standpunt dat de vraag of sprake is van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Suriname voort te zetten slechts één van de aspecten is die in de belangenafweging een rol spelen en dat zelfs wanneer een objectieve belemmering wordt aangenomen, dit niet betekent dat reeds daarom van de ongewenstverklaring zou moeten worden afgezien. De ongewenstverklaring van eiser brengt voor de kinderen niet de verplichting met zich mee om naar Suriname te gaan. De echtgenote van eiser kan ervoor kiezen om met de kinderen in Nederland te blijven en de relatie op afstand te onderhouden, aldus verweerder. Naar het oordeel van de rechtbank geeft deze redenering er echter onvoldoende blijk van dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot alle belangen heeft afgewogen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat eiser in bezwaar uitvoerig heeft gesteld en onderbouwd dat de echtegnote, door de zorg die zij voor de andere twee nog jonge schoolgaande kinderen met de Nederlandse nationaliteit heeft en de specifieke verzorging die haar andere zoon kind 2 in Nederland nodig heeft, niet gedurende langere tijd met kind 1 naar Suriname kan reizen. Het standpunt van verweerder dat het gezinsleven op dezelfde wijze kan worden voortgezet als voorheen waarbij eiser steeds voor kortere periodes naar Nederland kwam, en de echtgenote of een ander gezinslid nu voor langere of kortere periodes met kind 1 naar Suriname kan reizen, acht de rechtbank onvoldoende gemotiveerd in het licht van wat op dit punt is aangevoerd. Verweerder heeft immers geen woorden gewijd aan een verdere uitwerking van dit scenario zodat onduidelijk is of verweerder alle relevante informatie met betrekking tot de belangen van kind 2 wel voldoende heeft betrokken en het bestreden besluit in die zin wel zorgvuldig is voorbereid.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
