ECLI:NL:RBDHA:2013:19714
Rechtbank Den Haag · 03-12-2013 · zaaknummer AWB 13 / 13175
Inhoudsindicatie
Artikel 1F Vluchtelingenverdrag / Libië / Khamis Brigade / artikel 3 EVRM / inreisverbod Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen omdat eiser in verband moet worden gebracht met willekeurige arrestaties en detenties, marteling/foltering, verkrachting en moord of buitengerechtelijke executies. Verweerder heeft zich op dit standpunt gesteld aangezien eiser heeft verklaard dat hij in de periode van begin maart 2011 tot eind april 2011 in de plaatsen Ras Naluf, Brega, Adjabiya en Jidabiya als lid van Sariya 930, een onderdeel van de 32ste Khamis brigade (hierna: de Khamis brigade), ondersteunende taken voor de Khamis brigade heeft verricht, terwijl die brigade zich in die periode schuldig maakte aan plunderingen, moorden, martelingen en verkrachtingen. Uit de verklaringen van eiser volgt dat hij wist dat de Khamis brigade zich schuldig maakte aan willekeurige arrestaties en detenties, marteling/foltering, verkrachting en moord dan wel buitengerechtelijke executies. Nu eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er in zijn geval sprake is van een significante uitzondering heeft verweerder terecht en op goede gronden kunnen concluderen dat er sprake is van “knowing participation”. Aangezien eiser daarnaast heeft verklaard dat hij heeft meegeholpen bij het uitkammen van woningen en het wegbrengen van arrestanten, terwijl hij wist dat deze arrestanten zouden kunnen worden gemarteld, verkracht of vermoord, heeft verweerder zich eveneens terecht en op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiser de misdrijven van de Khamis brigade heeft gefaciliteerd. Derhalve is er eveneens voldaan aan de voorwaarden voor “personal participation”. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van dwang. De stelling van eiser dat hij niet in staat was om het leger te verlaten omdat bij desertie executie dreigde, is daartoe onvoldoende. Deze stelling verhoudt zich niet met de relatief eenvoudige wijze waarop eiser stelt te zijn gevlucht.
Advocaten
- A.M.B.J. Derks-Höppener
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
