Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:19207

Rechtbank Den Haag · 06-11-2013 · zaaknummer AWB-12_36206

BestuursrechtGepubliceerd 26-02-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Nareis, aannemelijkheid feitelijke gezinsband, weging van overeenkomsten en tegenstrijdigheden in verklaringen hieromtrent Van eisers mag in beginsel worden verlangd dat zij eenduidig verklaren omtrent de gestelde gezinsband en dat, indien er sprake is van tegenstrijdigheden op essentiele onderdelen, zij hiervoor een plausibele verklaring kunnen geven. De rechtbank is met eisers van oordeel dat bepaalde aspecten wel een rol moeten spelen bij de weging en beoordeling van de verklaringen van eisers en de vraag of de verklaring voor de tegenstrijdigheden plausibel is. De rechtbank doelt daarbij op de minderjarigheid van eisers, hetgeen zij hebben meegemaakt (hun getroubleerde achtergrond), de ingewikkelde gezinssituatie en het tijdsverloop sinds de gebeurtenissen waarnaar is gevraagd. Ook dienen de verklaringen van eisers daarnaast te worden afgezet tegen de wijze waarop de interviews hebben plaatsgevonden. De rechtbank doelt daarbij op de omstandigheid dat, zoals eisers ook hebben aangevoerd, bij de verschillende interviews gebruik is gemaakt van verschillende gehoormedewerkers en dat de verslaglegging van de interviews heeft plaatsgevonden in de vorm van een voorgedrukt formulier, waarbij niet altijd de vraag is weergegeven die is gesteld, noch duidelijk is in welke volgorde de verklaringen zijn afgelegd. Ook zijn eisers niet geconfronteerd met elkaars tegenstrijdigheden, waarmee hen de mogelijkheid is ontnomen om op dat moment vast te stellen of er wellicht sprake was van een misverstand. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen voornoemde aspecten tot gevolg hebben dat bijvoorbeeld eventuele tegenstrijdigheden niet per se voor rekening en risico van eisers komen of dat verweerder in redelijkheid eerder een verklaring voor die tegenstrijdigheden dient te accepteren. Dat uit de uitspraak van de Afdeling van 10 oktober 2012 volgt dat eisers niet in de gelegenheid hoeven te worden gesteld correcties en aanvullingen in te dienen, doet hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. De rechtbank begrijpt voorts dat verweerder zich op het standpunt stelt dat indien sprake is van tegenstrijdige verklaringen, de overeenkomsten niet meer ter zake doen. De rechtbank is evenwel van oordeel dat verweerder hiermee een onjuist toetsingskader hanteert. Het is immers aan eisers om de feitelijke gezinsband aannemelijk te maken, waarbij naar het oordeel van de rechtbank ook de overeenkomstige verklaringen en de onderbouwingen van de gezinsband moeten worden afgezet tegen de (gestelde) tegenstrijdige verklaringen. Verweerder heeft nagelaten te motiveren om welke reden aan de overeenkomsten tussen de verklaringen in dit geval geen gewicht toekomt, terwijl de overkomsten ook zien op essentiele onderdelen.

Rechters

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Defence for Children en de minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Defence for Children en de minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.