Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:19178

Rechtbank Den Haag · 18-07-2013 · zaaknummer AWB-13_652

BestuursrechtGepubliceerd 24-02-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen prematuur gedaan. De op grond van artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder b, van de Awb benodigde ingebrekestelling ontbreekt. Hierbij overweegt de rechtbank dat eiser heeft nagelaten op de brief van 14 december 2012 het CJIB-nummer te vermelden. Gelet op de grote hoeveelheid zaken die bij verweerder lopen en de grote hoeveelheid brieven die verweerder ontvangt kan niet worden volgehouden dat met het vermelden van eisers naam en het briefnummer van eiseres gemachtigde voldoende duidelijk is gemaakt op welk te nemen besluit de ingebrekestelling betrekking heeft. Dat het aangeven van het CJIB nummer lastig zou zijn als gevolg van het computersysteem van de gemachtigde van eiser is een omstandigheid die voor rekening en risico van eiser komt. Op grond van het voorgaande moet niet alleen worden geconcludeerd dat het beroep prematuur is, maar tevens dat verweerder geen dwangsom heeft verbeurd. Tussen partijen is in geschil of het verzoek moet worden aangemerkt als een Wob-verzoek en - indien dit het geval is - of verweerder op grond van de Wob een vergaarplicht heeft met betrekking tot de documenten die zich niet onder verweerder bevinden, maar daar naar het oordeel van eiser wel zouden moeten zijn. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat een in een administratief beroepschrift gedaan verzoek dat strekt tot verkrijging van documenten die door de insteller van dat beroep worden opgevraagd ter onderbouwing van het administratief beroep geen Wob-verzoek is, maar een verzoek gebaseerd op artikel 7:18, vierde lid van de Awb. In het onderhavige geval is evenwel niet alleen door eiser het beroep gebaseerd op de Wob, maar – belangrijker – is het verzoek ook door verweerder als zodanig behandeld en er in het bestreden besluit op basis van de Wob op beslist. In dat geval ziet de rechtbank thans geen ruimte om verweerder te volgen in zijn later ingenomen standpunt dat het desalniettemin geen Wob-verzoek betreft. Anders dan eiser stelt rust op verweerder op grond van de Wob geen verplichting documenten te vergaren die zich niet onder hem bevinden. De vraag of verweerder bij de heroverweging van het boetebesluit al dan niet tot zorgvuldige besluitvorming kan komen zonder de documenten te vergaren, dan wel of eiser in staat kan worden geacht zich adequaat te verdedigen tegen de opgelegde boete zonder te beschikken over de gevraagde documenten is een vraag die niet in het kader van de Wob-procedure behoeft te worden beantwoord, maar nu juist speelt in het kader van het administratief beroep en artikel 7:18 van de Awb.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.