Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:18606

Rechtbank Den Haag · 17-12-2013 · zaaknummer AWB 13/17159

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 13-01-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Herhaalde aanvraag gezinshereniging met Nederlands kind. Nu eiseres na de eerdere weigering gedurende een zoekjaar rechtmatig verblijf heeft gehad en haar zoon inmiddels twee jaar ouder is en dus meer geworteld in Nederland, is sprake van nieuwe omstandigheden die voor de belangenafweging in het kader van het beroep op gezinsleven relevant zijn. Gelet op de bij verweerder bekende omstandigheden is onzorgvuldig gehandeld door de aanvraag af te wijzen en het bezwaar daartegen ongegrond te verklaren zonder eiseres te horen. Voor instandlating van de rechtsgevolgen ziet de rechtbank geen aanleiding nu verweerder nog nader zal moeten motiveren waarom de weigering om eiseres rechtmatig verblijf te verlenen, geen strijd oplevert met artikel 8 van het EVRM. In dat verband acht de rechtbank van belang dat eiseres reeds sinds 2002, dus een aanzienlijk deel van haar leven, in Nederland woont, hier een opleiding heeft gevolgd en Nederlands spreekt, terwijl haar zoon hier is geboren, naar school gaat, de Nederlandse nationaliteit heeft en geen Indonesisch spreekt. De vader heeft evenmin banden met Indonesië. In ieder geval de vader en zoon zullen aanzienlijke problemen ondervinden bij vertrek naar dat land. Daarbij acht de rechtbank op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting overigens aannemelijk dat de vader er niet voor zal kiezen eiseres en hun zoon te volgen, zodat ingeval van gedwongen vertrek van eiseres naar Indonesië, haar zoon het directe contact met één van zijn ouders zal verliezen. Verder is van belang dat de relatie tussen eiseres en de vader is begonnen en de zoon is geboren op een moment dat eiseres hier legaal verbleef, terwijl van ‘factors of immigration control’ in de zin van het hebben van een verleden van schendingen van migratierecht, in geen of geringe mate sprake is en evenmin sprake is van openbare orde aspecten die nopen tot verwijdering van eiseres van het grondgebied. Daarbij betrekt de rechtbank nog dat ook uit de jurisprudentie van het EHRM volgt dat veel waarde moet worden gehecht aan de belangen van kinderen. Aannemelijk is dat de zoon als gevolg van het bestreden besluit ofwel zonder zijn moeder in Nederland zal moeten blijven, waarbij het nog de vraag is of hij kan worden verzorgd door zijn vader, ofwel bij vertrek naar Indonesië zijn vader zal moeten achterlaten, waarbij verder aannemelijk is dat hij in Indonesië aanzienlijk beperktere ontwikkelingsmogelijkheden heeft dan in Nederland. In beide gevallen wordt zijn belang dus in hoge mate geschaad en naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het bestreden besluit niet dat verweerder aan zijn belang de vereiste waarde heeft gehecht. Ten slotte zal verweerder in het nieuw te nemen besluit kunnen motiveren in hoeverre het standpunt inzake het arrest Ruiz Zambrano , zich verhoudt met het arrest nzake Alokpa.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.