ECLI:NL:RBDHA:2013:18500
Rechtbank Den Haag · 06-12-2013 · zaaknummer C-09-452660 KG ZA 13-1174
Inhoudsindicatie
Een stichting die begeleiding, behandeling en diensten aanbiedt aan mensen met een beperking heeft aan een aantal marktpartijen gevraagd hun interesse kenbaar te maken om deel te nemen aan een inkoopprocedure betreffende schoonmaakdienstverlening voor haar locaties. Dit heeft zij ook gevraagd aan eiseres; het schoonmaakbedrijf, waarmee zij op dat moment overeenkomsten had. Eiseres heeft haar interesse kenbaar gemaakt en is geselecteerd voor deelname aan de procedure. De stichting heeft de overeenkomsten met eiseres opgezegd per de datum waarop de nieuwe overeenkomst in zal gaan. De stichting heeft vervolgens in de inkoopprocedure de inschrijving van eiseres afgewezen en meegedeeld voornemens te zijn een overeenkomst te sluiten met een andere partij. Eiseres vordert in dit kort geding dat de stichting moet worden verboden om op basis van de inkoopprocedure overeenkomsten te sluiten met die andere partij dan wel uitvoering te geven aan reeds gesloten overeenkomsten met die partij. Voorts vordert zij een voorschot op schadevergoeding omdat de stichting bij de opzegging van de overeenkomsten niet de juiste opzegtermijnen in acht heeft genomen. De voorzieningenrechter verwerpt het standpunt van de stichting dat zij de algemene aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijkheid en transparantie niet in acht behoefde te nemen. Volgens de voorzieningenrechter konden deelnemers aan de procedure, gelet op de inhoud van de aanbestedingsvoorwaarden, redelijkerwijs verwachten dat de stichting voormelde beginselen in acht zou nemen en is de stichting daarom ook gehouden die beginselen toe te passen. De voorzieningenrechter bespreekt vervolgens de verschillende omstandigheden die door eiseres zijn aangevoerd ter onderbouwing van haar standpunt dat deze beginselen door de stichting zijn geschonden, maar geen van die omstandigheden kan tot dat oordeel leiden. Daarbij wordt overwogen dat eiseres ook bij geen van de door haar genoemde omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de handelwijze van de stichting is geschaad en dat haar inschrijving mogelijk de economisch meest voordelige inschrijving zou zijn geweest als de stichting op de door eiseres voorgestane wijze had gehandeld, zodat voor toewijzing van de vorderingen betreffende de inkoopprocedure geen plaats is. Voor toewijzing van het gevorderde voorschot op schadevergoeding is, gezien het strikte criterium voor toewijzing van een geldvordering in kort geding, evenmin plaats. Wat betreft een van de overeenkomsten is onvoldoende duidelijkheid verkregen over de voorwaarden waaronder die (niet op schrift gestelde) overeenkomst is aangegaan, eiseres heeft de door haar gestelde schade niet voldoende onderbouwd en er zijn geen feiten en omstandigheden gesteld of gebleken die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
