Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:18479

Rechtbank Den Haag · 19-11-2013 · zaaknummer C-09-451634 KG ZA 13-1107

Civiel rechtGepubliceerd 06-01-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Dit kort geding betreft de door de Staat gestarte procedure tot verkoop bij openbare inschrijving, met voorselectie, van het Spinhuiswalcomplex te ’s-Hertogenbosch. De Staat heeft de verkoop niet aan eiseressen gegund omdat hun definitieve bod niet, zoals was voorgeschreven, minimaal 80% bedroeg van hun eerder gedane globale bod. De Staat heeft de verkoop ook niet aan een andere partij gegund. Eiseressen vorderen dat de procedure wordt heropend en dat hun inschrijving opnieuw wordt beoordeeld dan wel dat de onderhandelingen met hen worden heropend dan wel dat zij in de gelegenheid worden gesteld een nieuw bod uit te brengen dan wel dat de Staat een nieuwe openbare verkoopprocedure start. Eiseressen stellen zich op het standpunt dat zij mochten afwijken van de 80%-regel, omdat volgens hen de voorwaarden van de procedure in de loop van de procedure zijn gewijzigd. De voorzieningenrechter stelt eerst vast wat de deelnemende marktpartijen ten tijde van het indienen van hun globale bod tot uitgangspunt konden nemen ten aanzien van de – naar alle waarschijnlijkheid noodzakelijke – bestemmingsplanwijziging. Kort gezegd was dat uitgangspunt dat er een procedure tot bestemmingsplanwijziging zou moeten worden doorlopen, dat het risico dat de wijziging niet zou worden gerealiseerd bij de geselecteerde partij lag, dat partijen ervan konden uitgaan dat de gemeente, die nauw bij de procedure was betrokken, zich maximaal zou inspannen het winnende plan mogelijk te maken, maar dat daarbij wel de publiekrechtelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de gemeente in ogenschouw genomen moeten worden die tot gevolg kunnen hebben dat de bestemmingsplanwijziging niet kan worden gerealiseerd. Vervolgens ligt ter beoordeling voor of eiseressen ten tijde van het uitbrengen van hun definitieve bod daar nog steeds van konden uitgaan. Volgens de Staat was dat het geval. Eiseressen weerspreken dat, omdat volgens hen de gemeente een andere houding had aangenomen. Volgens hen is dat gebleken tijdens een gesprek dat zij met de Staat hebben gevoerd. Partijen hebben ten aanzien van dat gesprek echter een andere lezing en in het licht van de stellingen van de Staat over hetgeen is besproken, had het naar het oordeel van de voorzieningenrechter op de weg van eiseressen gelegen om hun stelling aannemelijk te maken. Daar zijn zij niet in geslaagd, zodat voor toewijzing van (een van) de vorderingen geen plaats is. De overige geschilpunten tussen partijen – de Staat heeft onder meer ook gemotiveerd betwist dat, als er al een wezenlijke wijziging in de uitgangspunten zou hebben plaatsgevonden, dit tot het door eiseressen gewenste gevolg zou moeten leiden – blijven daarom onbesproken.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.