Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:17747

Rechtbank Den Haag · 13-12-2013 · zaaknummer AWB 13/18636 en AWB 13/18945

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 16-12-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verzoek om afgifte artikel 9 document. Richtlijn 2004/38. Verblijf langer dan drie maanden. Besluit 1/80. Legale arbeid. Legaal verblijf. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft weersproken dat referente sinds 14 augustus 2011 niet meer kan worden aangemerkt als werknemer of als een vreemdeling die Nederland is ingereisd om werk te zoeken (artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000) en niet meer beschikt over voldoende middelen van bestaan (artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder b, van het Vb 2000). Uit artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de richtlijn volgt voorts genoegzaam dat de burger van de Unie, voor zover hier van belang, zelf werknemer moet zijn dan wel zelf over voldoende middelen van bestaan moet beschikken. Onderdanen van derde landen, zoals eiser, hebben immers geen autonome persoonlijke rechten, maar rechten die zijn afgeleid van eventuele rechten van burgers van de Unie (zie de uitspraak van het Hof van 5 mei 2011, McCarthy, C-434/09, punt 42). De omstandigheid dat eiser wel werkt en aldus over voldoende middelen van bestaan zou beschikken om referente te onderhouden, betekent dan ook niet dat referente moet worden aangemerkt als gemeenschapsonderdaan die over een verblijfsrecht voor meer dan drie maanden in Nederland beschikt als bedoeld in artikel 8:12, eerste lid, van het Vb 2000 (artikel 7, eerste lid, van de richtlijn). Aangezien een verblijfsrecht als hier aan de orde declaratoir en niet constitutief van aard is en referente niet over een dergelijk verblijfsrecht beschikt, komt, anders dan eiser heeft aangevoerd, geen betekenis toe aan de omstandigheid dat verweerder geen besluit heeft genomen dat het verblijfsrecht van referente is beëindigd (vergelijk het arrest van het Hof van 21 juli 2011, Maria Dias, C-325/09, punten 48 tot en met 55). Voor zover al met eiser moet worden aangenomen dat hij vanaf 29 maart 2011 (de datum waarop hij heeft verzocht om afgifte van het artikel 9 document) legaal verblijf heeft gehad in Nederland omdat referente toen werkzaam was bij (-), moet, zoals uit rechtsoverweging 13 volgt, worden geoordeeld dat dit legale verblijf op 14 augustus 2011 van rechtswege is geëindigd. Dit betekent dat eiser in ieder geval geen jaar legale arbeid heeft verricht en ten tijde van het indienen van onderhavige aanvraag (4 oktober 2012), noch met het indienen ervan legaal verblijf had of heeft verkregen en aldus niet voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 6 en 13 van het Besluit 1/80.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.