Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:17605

Rechtbank Den Haag · 11-12-2013 · zaaknummer AWB 13/18064, 13/23690

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 12-12-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Intrekking verblijfsvergunning asiel. Afwijzing verzoek om verlenging van deze verblijfsvergunning. Ongewenstverklaring. Beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel van eiser en tegen een afzonderlijk besluit op bezwaar inhoudende een ongewenstverklaring. Eiser is afkomstig uit Burundi. Hij is in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw. Eiser is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in Peru vanwege poging tot cocaïnesmokkel. Inmiddels is hij in vrijheid gesteld maar hij bevindt zich nog immer in Peru. In Peru heeft verweerder aan eiser het voornemen bekend gemaakt om eisers verblijfsvergunning in te trekken, zijn verzoek om verlenging van deze verblijfsvergunning af te wijzen en om eiser ongewenst te verklaren, aangezien hij een gevaar vormt voor de openbare orde. Eiser is op de Nederlandse ambassade te Peru in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze naar aanleiding van deze voornemens naar voren te brengen, maar hij werd daarbij niet bijgestaan door een rechtshulpverlener. Uiteindelijk heeft verweerder bij besluit de voornemens geëffectueerd. Daarbij heeft verweerder vastgesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, b, of c, Vw. De rechtbank is van oordeel dat het besluit waarbij eiser ongewenst is verklaard op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Om te waarborgen dat eiser een deugdelijke zienswijze kon indienen naar aanleiding van met name het voornemen tot intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel, diende hij door verweerder in de gelegenheid te worden gesteld om te worden voorgelicht over de asielprocedure en zich hierbij te laten bijstaan door een met de Nederlandse asielprocedure bekende rechtshulpverlener. Eiser dient deze gelegenheid daarom alsnog te krijgen. Anders dan eiser stelt is het echter goed voorstelbaar om hem van deze waarborgen te verzekeren in Peru, zodat de rechtbank verweerder niet zal gelasten om eiser in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze in persoon in Nederland naar voren te brengen. Het beroep is gegrond. Met het oog op de nieuw te nemen besluiten overweegt de rechtbank voorts dat verweerder diens standpunt dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is niet deugdelijk heeft gemotiveerd en verder dat, anders dan eiser heeft aangevoerd, verweerder geen inreisverbod kon opleggen in plaats van eiser ongewenst te verklaren, nu eiser zich op het moment van de ongewenstverklaring niet in Nederland bevond. Aan eiser is dan ook ten onrechte een terugkeerbesluit opgelegd en voorts was het uitvaardigen van een inreisverbod op grond van artikel 66a Vw niet mogelijk.

Rechters

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.