ECLI:NL:RBDHA:2013:16638
Rechtbank Den Haag · 30-05-2013 · zaaknummer AWB 12/28129
Inhoudsindicatie
Ingevolge artikel 6.5a, vierde lid, aanhef en onder a en d, van het Vb 2000 bedraagt de duur van het inreisverbod, in afwijking van het eerste tot en met het derde lid, ten hoogste vijf jaren, indien het een vreemdeling betreft die is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van zes maanden of langer. Uit het JDs blijkt dat eiser bij herhaling is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten, echter niet dat hij voor één van deze feiten is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van zes maanden of langer. De zinsnede “is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van zes maanden of langer” in artikel 6.5a, vierde lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000 is naar het oordeel van de rechtbank niet anders te begrijpen dan dat sprake moet zijn van één (afzonderlijke) strafrechtelijke veroordeling tot een vrijheidsstraf van zes maanden of langer. Nu de tekst van de betreffende bepaling eenduidig en niet voor meerdere uitleg vatbaar is, komt de rechtbank niet toe aan de bedoeling die de regelgever (althans in de visie van verweerder) met de betreffende bepaling zou hebben gehad. Voor zover verweerder in paragraaf A4/2.3 van de Vc 2000 heeft bepaald dat bij de vaststelling van de duur van het inreisverbod in geval van meerdere vrijheidsstraffen, deze bij elkaar worden opgeteld, is dat beleid dus in strijd met het bepaalde in artikel 6.5a, vierde lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000, en dient dat beleid in zoverre buiten toepassing te blijven.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
