ECLI:NL:RBDHA:2013:14962
Rechtbank Den Haag · 23-10-2013 · zaaknummer AWB-13_4229
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de tekst van artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wwb, als ook uit de toelichting bij dit artikellid, dat de mogelijkheid om onderwijs met studiefinanciering te volgen leidt tot uitsluiting van het recht op algemene bijstand. Tevens trekt de rechtbank uit de toelichting de conclusie dat verweerder een individuele, op de persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden van de jongere toegesneden afweging moet maken. Uit de motivering van de bestreden besluitvorming blijkt niet dat verweerder een afweging als in de vorige overweging omschreven heeft gemaakt. Integendeel heeft verweerder zich in wezen beperkt tot de constatering dat eiseres nog geen 27 jaar is en vervolgens enkele algemene overwegingen gehanteerd, die niet zonder meer op de situatie van eiseres van toepassing zijn. Verweerder heeft namelijk niet concreet gemotiveerd welke opleiding eiseres, gezien haar al aanwezige kwalificaties, nog aanvullend op haar reeds voltooide HBO-opleiding zou kunnen volgen. Zij is immers daarmee al ruim boven het niveau van een “startkwalificatie” opgeleid. Verweerder heeft evenmin bij de afweging betrokken of eiseres nog een voor haar zinvolle vervolgopleiding kan volgen die zij ook nog voor haar 27ste levensjaar zou kunnen voltooien. De motivering van het bestreden besluit, die erop neerkomt dat iemand van elke opleiding iets opsteekt, strookt niet met de bedoeling van de wetgever zoals die uit de toelichting naar voren komt. Het gaat er met name om dat de jongere een startkwalificatie heeft voor de arbeidsmarkt en dat het volgen van een verdere opleiding moet bijdragen aan de arbeidsmarktkansen. Alleen al in zoverre is het besluit het besluit onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd en is het beroep gegrond vanwege strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
