Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:14895

Rechtbank Den Haag · 06-11-2013 · zaaknummer AWB-13_625

BestuursrechtGepubliceerd 06-11-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Plaatsing in het risicodragend deel van de formatie (rddf) leraar A, feitelijk werkzaam als vakleerkracht bewegingsonderwijs in het primair onderwijs. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit wegens strijd met artikel 10.4, tweede lid, van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Primair Onderwijs 2009 (CAO PO). “De rechtbank volgt eiser in zijn betoog dat verweerder niet heeft aangetoond dat op 31 juli 2006 een hardheidsclausule gold. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 31 juli 2006 reeds tweeënhalf jaar bestond. Verweerder heeft noch aangetoond dat de standaard VNG-afvloeiingsregeling door de voorganger van verweerder (de RBOOW) was vastgesteld en door verweerder is overgenomen, noch dat deze door verweerder zelf is vastgesteld. De stelling van verweerder dat weliswaar niet aangetoond kan worden dat de hardheidsclausule gold ten tijde van belang, maar dat er vanuit gegaan moet worden dat dit het geval was nu in de praktijk alle scholen de standaardregeling hanteerden en daarin ook standaard een hardheidsclausule was opgenomen, volgt de rechtbank niet. Gelet op de mogelijk verstrekkende rechtspositionele gevolgen van de toepassing van de hardheidsclausule kan naar het oordeel van de rechtbank omwille van de rechtszekerheid niet afgeweken worden van het uitgangspunt dat verweerder dient aan te tonen welke regeling hij heeft vastgesteld en dat deze regeling ten tijde van belang toepasselijk was. Nu niet is komen vast te staan dat er een hardheidsclausule gold op 31 juli 2006, kon verweerder niet met een beroep op die hardheidsclausule afwijken van de afvloeiingsvolgorde zoals opgenomen op de gehanteerde afvloeiingslijst voor de categorie onderwijzend personeel. Daarbij komt dat het voorgaande onverlet laat dat verweerder gelet op het bepaalde in artikel 10.4, zevende lid, van de CAO PO de mogelijkheid heeft om af te wijken van de geldende regeling door het voeren van DGO-overleg indien hij van mening is dat de gekozen oplossing weliswaar in strijd komt met de te volgen afvloeiingssystematiek op grond van de CAO, maar omwille van het organisatiebelang de meest redelijke is. Nu deze weg openstaat, bestaat des te minder aanleiding afbreuk te doen aan het uitgangspunt van rechtszekerheid door het organisatiebelang in de onderhavige beoordeling doorslaggevend te achten.”

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • Stichting Openbaar Onderwijs Westland

    verweerder · bedrijf

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.