ECLI:NL:RBDHA:2013:13773
Rechtbank Den Haag · 13-08-2013 · zaaknummer AWB 13/10435
Inhoudsindicatie
niet-ontvankelijk,beroep niet tijdig, werkwijze verzendhuis verweerder De werkwijze van het verzendhuis is als volgt uiteengezet door verweerder. “De gebruiker maakt, na het voltooien van het besluit, een verzendopdracht aan en kiest hierbij voor verzendhuis. Vervolgens klikt de gebruiker op verzenden. Het digitale systeem van verweerder, INDIGO, voegt de dossierstukken, de begeleidende brief en de beschikking, bij elkaar en zet ze klaar voor het verzendhuis. De status van het bericht is dan ‘aangeboden aan kanaal’. Het verzendhuis draagt er zorg voor dat de stukken geprint worden. Een medewerker legt de stukken in de machine die de stukken vouwt en in een envelop doet. In het adresblok van deze envelop staat een QR-code. Deze code wordt gescand en de software van het verzendhuis zorgt er met behulp van deze code voor dat er een bericht terug naar INDIGO gaat. INDIGO past de status van het bericht aan in ‘bericht verwerkt’ en voegt hier de datum van verzending, de datum dat de code gescand is, aan toe. Hierop doet een medewerker de envelop in een postzak en wordt de beschikking verzonden.” Naar de mening van verweerder omvat deze methode voldoende waarborgen voor het controleren van de juiste verzending. De rechtbank verwijst naar een uitspraak van 10 mei 2011 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2011:BQ4617) waarin het volgende is overwogen. “De hoogste bestuursrechters hanteren alle als uitgangspunt (zie voor een uitspraak van de Afdeling de uitspraak van 18 augustus 2010 in zaak nr. 201000189/1/H3, www.raadvanstate.nl) dat, in het geval van niet aangetekende verzending van een besluit of een ander rechtens van belang zijnd document, het bestuursorgaan aannemelijk dient te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van het besluit of ander relevant document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Indien het bestuursorgaan de verzending naar het juiste adres aannemelijk heeft gemaakt, ligt het vervolgens op de weg van de geadresseerde voormeld vermoeden te ontzenuwen. Hiertoe dient de geadresseerde feiten te stellen op grond waarvan de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld.” Nu het bestuursorgaan de verzending aannemelijk heeft gemaakt, is het aan eiser om feiten te stellen op grond waarvan de ontvangst kan worden betwijfeld. Eiser heeft geen feiten gesteld op grond waarvan de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld.
Rechters
Advocaten
- J. de Koning
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
