Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:13761

Rechtbank Den Haag · 06-06-2013 · zaaknummer AWB 13/3082

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 16-10-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

gegrond, mvv, nareis, gezinsband verbroken Mvv-aanvraag in het kader van nareis. Eiser (11 jaar oud) vraagt verblijf bij referente, zijn moeder. Een eerdere aanvraag om een mvv in verband met nareis, is afgewezen, het beroep daartegen ongegrond verklaard. De aanvraag is als herhaalde aanvraag aangemerkt. De rechtbank merkt, anders dan verweerder, het gegeven dat referente en haar echtgenoot zijn gescheiden wel aan als novum. Ook twee e-mail berichten, waaruit volgt dat eiser slechts tijdelijk onderdak heeft in Kenia, tezamen met betalingsbewijzen, waaruit blijkt dat referente regelmatig geld overmaakt aan eiser, worden als nova aangemerkt. Het besluit wordt inhoudelijk getoetst. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser en referent weliswaar behoren tot het kerngezin, maar dat sprake is van een gebroken kerngezin. Allereerst is van belang dat de echtscheiding tussen referente en haar ex-echtgenoot op 16 februari 2012 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, zodat vanaf die datum niet langer sprake is van een polygame situatie. Voorts maken voornoemde e-mailberichten en betalingsbewijzen aannemelijk dat de gezinsband tussen eiser en referente niet verbroken is. Uit het dossier is ook niet gebleken dat sprake is van een voogdijregeling dan wel ondertoezichtstelling met betrekking tot eiser. Gelet op het door artikel 8 (EVRM) beschermde belang van eiser bij hereniging met zijn moeder en de omstandigheid dat het voor hem vrijwel onmogelijk is om in Somalië of Kenia nadere bewijzen omtrent de gezinsband te vergaren, heeft verweerder zich niet zonder nadere motivering op het standpunt kunnen stellen dat de gezinsband tussen eiser en referente is verbroken. Hierbij betrekt de rechtbank tevens de omstandigheid dat referente, zoals ter zitting is gebleken en door verweerder niet is weersproken, eiser in april 2013 heeft opgezocht om te voorkomen dat hij op straat werd gezet en om voor hem tijdelijk een nieuw onderdak en verzorging te zoeken. Ten overvloede wordt overwogen dat eiser ter zitting heeft gewezen op de brief van 2 april 2013, waarin de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft meegedeeld dat in het nareisbeleid aansluiting zal worden gezocht bij het begrip ‘feitelijke gezinsband’ zoals dat in het reguliere beleid geldt. De gezinsband zal daarom – in nareiszaken – niet langer als verbroken worden beschouwd als een kind duurzaam is opgenomen in een ander gezin dan dat van de asielvergunninghouder. Bij hernieuwde beoordeling van eisers bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag behoort de brief van 2 april 2013, een rol te spelen, omdat daaruit blijkt dat thans, in een zaak als de onderhavige door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie niet meer het standpunt zou worden ingenomen dat de gezinsband verbroken is.

Rechters

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.