ECLI:NL:RBDHA:2013:13686
Rechtbank Den Haag · 20-09-2013 · zaaknummer AWB 13/4292
Inhoudsindicatie
Visum kort verblijf voor moeder van een minderjarig Nederlands kind (eiseres) met wie zij samen in Marokko verblijft. De vader is uit beeld en het kind komt volledig ten laste van de moeder. Eiseres heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd met als doel om zich met haar Nederlandse kind vanuit Marokko in Nederland te vestigen. Nadat verweerder de aanvraag van eiseres heeft afgewezen en het bezwaar van eiseres ongegrond heeft verklaard, heeft eiseres beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar. De rechtbank heeft dat beroep bij uitspraak van 22 juni 2012 gegrond verklaard en het besluit van verweerder vernietigd. De rechtbank oordeelde daarbij dat, gelet op het arrest Zambrano van het Hof van Justitie van de Europese Unie, het kind van eiseres als Nederlands staatsburger het recht heeft om op grond van artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op het grondgebied van de Europese Unie te verblijven. Het zou onevenredig bezwarend zijn om van eiseres te verlangen dat zij voor dat doel een aanvraag zou doen voor een verblijfsvergunning regulier. Vervolgens heeft verweerder het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard, omdat de echtgenoot van eiseres, na detentie in Turkije, inmiddels in vrijheid was gesteld en eiseres niet kon aantonen dat zijn verblijfplaats in redelijkheid niet te achterhalen zou zijn. De rechtbank oordeelt thans als volgt. Ook na aanhouding van het onderzoek ter zitting is verweerder noch eiseres er in geslaagd om de verblijfplaats van de echtgenoot van eiseres te achterhalen. Uit informatie overgelegd door verweerder blijkt dat de echtgenoot van eiseres voor enige tijd in contact is geweest met een instroomhuis, maar dat dit contact inmiddels is verbroken en ook niet na opschorting van diens uitkering kon worden hersteld. De rechtbank komt tot de conclusie dat als gevolg van het bestreden besluit feitelijk het recht om op het grondgebied van de Europese Unie te verblijven aan het kind van eiseres wordt ontzegd. Het beroep is dan ook gegrond. Aangezien rechtens nog maar één beslissing mogelijk is, ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, Awb, zelf in de zaak te voorzien en wordt aan eiseres een visum voor kort verblijf voor de duur van drie maanden verleend.
Rechters
Advocaten
- E.M. Bloemink
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
