ECLI:NL:RBDHA:2013:13675
Rechtbank Den Haag · 02-10-2013 · zaaknummer AWB 13/20270
Inhoudsindicatie
Verzoekster heeft, ondanks het jegens haar uitgevaardigde inreisverbod, belang bij een beoordeling van haar bezwaar gericht tegen de afwijzing van haar aanvraag om een verblijfsvergunning, en daarmee bij een beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening. Het inreisverbod is niet uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw. Het standpunt van verweerder dat de uitzondering van artikel 66a, zesde lid, aanhef en onder c, Vw uitsluitend van toepassing is in de situatie dat een bezwaar- of beroepschrift (mede) is gericht tegen het besluit waarin het inreisverbod is opgelegd, volgt de voorzieningenrechter niet. Evenmin volgt de voorzieningenrechter het standpunt van verweerder dat het bezwaar nimmer tot rechtmatig verblijf kan leiden. Uit het beleid van verweerder volgt immers dat verweerder met toepassing van artikel 66b Vw, indien artikel 66a, zevende lid Vw niet op de vreemdeling van toepassing is, het inreisverbod opheft als de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden voor het verlenen van een verblijfsvergunning regulier op grond van het verblijfsdoel gezinshereniging. Verweerder heeft ter zitting primair betoogd dat het beroep van verzoekster op artikel 8 EVRM niet in de huidige procedure kan worden betrokken en dat verzoekster daartoe een aparte aanvraag op grond van artikel 8 EVRM zal moeten indienen. In de huidige procedure staat uitsluitend ter beoordeling of verzoekster aanspraak kan maken op toelating op grond van de kinderpardonregeling. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder dit beroep van verzoekster in de onderhavige procedure zal dienen te beoordelen. Omdat verzoekster niet voldoet aan de voorwaarden van de kinderpardonregeling, wijst verweerder de aanvraag van verzoekster immers af wegens het ontbreken van een mvv. Op grond van artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder l, Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) is verweerder daarom gehouden te beoordelen of de uitzetting van verzoekster in strijd is met artikel 8 EVRM.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
