Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2013:10528

Rechtbank Den Haag · 25-07-2013 · zaaknummer AWB 13/10622

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 19-08-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Reisdocumenten / samenwerkingsplicht/ littekens / amv-beleid Samenvatting: Betrokkene heeft in verband met zijn reisroute geen concrete elementen aangedragen die door verweerder onderzocht zouden kunnen worden, zodat hem geen geslaagd beroep toekomt op het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 22 november 2012 inzake M.M. tegen Ierland, LJN: BY4788, aangaande de samenwerkingsplicht die op grond van artikel 4 van de Definitierichtlijn op de lidstaten rust. De stelling van betrokkene dat hem niettemin het voordeel van de twijfel dient te worden gegund, wordt niet gevolgd. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat betrokkene geen oprechte inspanning heeft geleverd om zijn aanvraag te staven en geen bevredigende verklaring heeft gegeven voor het ontbreken van relevante gegevens, zoals indicatieve bewijzen van de gestelde reisroute. Aan de voorwaarde van artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder a en b, van de Definitierichtlijn is dan ook niet voldaan. Het is aan betrokkene om met medische stukken van deskundigen te komen die een sterke aanwijzing vormen dat de littekens en verwondingen kunnen zijn veroorzaakt door de mishandelingen die betrokkene zegt te hebben ondergaan. Al omdat dergelijke stukken niet zijn ingebracht, kan betrokkene geen geslaagd beroep doen op het arrest van het EHRM van 9 maart 2010 in de zaak R.C. tegen Zweden, LJN: BM4069. Ter vergelijking wordt gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 8 februari 2012, LJN: BV3718. Het standpunt van verweerder dat betrokkene niet in aanmerking komt voor een amv-vergunning omdat uit WBV 2004/30 blijkt dat adequate opvang in Jemen aanwezig is, kan in rechte geen stand houden, nu de WBV op 18 april 2005 is vervallen en hiervoor geen nieuwe WBV in de plaats is gekomen. Evenmin is sprake van landgebonden asielbeleid waarin is vastgesteld dat adequate opvangvoorzieningen in Jemen beschikbaar en toereikend zijn. Verweerder heeft ook geen recente informatie ingebracht waaruit blijkt dat adequate opvang nog steeds aanwezig moet worden geacht. Dat het aan betrokkene is om aan te tonen dat hiervan sinds 18 april 2005 niet langer sprake is, wordt niet gevolgd. Gelet op de (tijdelijke) bescherming die het beleid in sommige gevallen aan amv-ers vanwege hun kwetsbare positie biedt, is het aan verweerder om zich ten tijde van belang ervan te vergewissen of in zijn algemeenheid adequate opvang in een betreffend land aanwezig is indien een minderjarige vreemdeling dergelijke opvang behoeft. Beroep gegrond. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het besluit blijven in stand, nu betrokkene een mogelijk onderzoek naar de opvangmogelijkheden heeft gefrustreerd. De rechtbank heeft in het kader van artikel 8:72, derde lid, van de Awb getoetst aan het oude beleid.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.