ECLI:NL:RBBRE:2012:CA1935
Rechtbank Breda · 27-12-2012 · zaaknummer 11/6486
Inhoudsindicatie
ROW Belanghebbende heeft in de periode 1 januari 2005 tot medio juni 2006 in zijn functie van statutair bestuurder van zijn toenmalige werkgever ruim € 1,8 miljoen overgemaakt naar zijn eigen bankrekening. Belanghebbende is hiervoor strafrechtelijk veroordeeld. De inspecteur heeft een tijdsevenredig berekend deel, groot € 800.000, aan het jaar 2006 toegerekend en bij belanghebbende in de heffing betrokken als resultaat uit overige werkzaamheden. Het daartegen gerichte beroep verklaart de rechtbank ongegrond. De rechtbank gaat daarbij voorbij aan de stellingen van belanghebbende dat de gelden als lening aan hem zijn verstrekt en dat sprake is van willekeur ten aanzien van de omvang van het genoten voordeel. Voorts acht de rechtbank de verliezen die belanghebbende met het beleggen van die gelden in beursopties heeft geleden niet aftrekbaar. Dit omdat belanghebbende naar het oordeel van de rechtbank die gelden binnen de privésfeer heeft belegd, waardoor de hiermee samenhangende geleden beleggingsverliezen ook alleen de privésfeer raken. Tot slot is van enig in rechte te honoreren beroep op het vertrouwensbeginsel in de onderhavige procedure geen sprake.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
