ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2089
Rechtbank Breda · 16-10-2012 · zaaknummer 11/870
Inhoudsindicatie
WOZ en immateriële schadevergoeding. De waarde van de woning is volgens de rechtbank niet te hoog vastgesteld. Het beroep is daarmee ongegrond. Sinds de ontvangst van het bezwaarschrift zijn ten tijde van de onderhavige uitspraak ruim 2,5 jaar verstreken. Vermoeden dat de redelijke termijn in bezwaar en beroep is overschreden, gelet op de fasen van de procedure met de daarbij behorende tijdsduren. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de gemeente niet kan worden veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende aangezien de wettelijk toegestane termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar niet is overschreden. Met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73, tweede lid, van de Awb heropent de rechtbank het onderzoek ter voorbereiding van een nadere uitspraak over de immateriële schadevergoeding en merkt de Minister van Veiligheid en Justitie aan als partij in die procedure.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
