ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8981
Rechtbank Breda · 12-04-2012 · zaaknummer 10/3077
Inhoudsindicatie
In het kader van zijn dienstbetrekking bij een in Nederland gevestigde onderneming is belanghebbende geheel 2007 met behoud van salaris werkzaam geweest bij een instituut voor management en ontwikkeling in Zwitserland. 1) Woonplaats artikel 4 AWR: Zwitserland. Dienstbetrekking en in Nederland woonachtige kinderen leiden niet tot een dusdanige band met Nederland dat sprake was van een woonplaats alhier. 2) Geen heffingsrecht ter zake van reguliere salaris en afrekening vakantiedagen. Vanwege de onzekerheid van terugkeer naar Nederland, kan niet worden gesteld dat belanghebbende zijn dienstbetrekking “gewoonlijk” uitoefende op het grondgebied van Nederland. 3) Performance bonus vormt géén ontslagvergoeding maar een extra beloning voor de verrichte werkzaamheden bij het instituut in Zwitserland. 4) Artikel 7 van de Overeenkomst Sociale zekerheid vereist niet dat de uitgezonden werknemer bij het einde van de uitzending terugkeert of de intentie heeft terug te keren naar het land waarin de uitzendende vennootschap is gevestigd. Belanghebbende is derhalve premieplichtig gebleven in Nederland.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
