ECLI:NL:RBBRE:2012:BV5304
Rechtbank Breda · 12-01-2012 · zaaknummer 11/2155
Inhoudsindicatie
In geschil is of de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid van de AWR terecht is toegepast. Tussen het moment waarop de inspecteur beschikte over de gegevens van belanghebbendes buitenlandse bankrekening en het moment waarop de onderhavige navorderingsaanslag is opgelegd, is een periode van ongeveer twee jaar en twee maanden verstreken. De rechtbank is van oordeel dat de aanslag met voldoende voortvarendheid is opgelegd. Uit de feiten komt naar voren dat partijen steeds de intentie hebben gehad om een vaststellingsovereenkomst met elkaar te sluiten. Het zou niet gepast zijn en zelfs getuigen van onbehoorlijk bestuur om dan een aanslag op te leggen zonder dat over de cijfers overeenstemming zou zijn bereikt. Partijen hebben in deze periode bij voortduring gecorrespondeerd over fouten, onduidelijkheden en verschillen in standpunten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
