Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ2774

Rechtbank Breda · 27-04-2011 · zaaknummer 234067 KGZA 11-238

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Opheffing beslag, maatstaf, betekenis oordeel bestuursrechter Naar vaste jurisprudentie dient de burgerlijke rechter indien, zoals hier aan de orde, de geldigheid van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het voor hem gevoerde geding in geschil is, en gebruik is gemaakt van een met voldoende waarborgen omklede administratiefrechtelijke rechtsgang, uit te gaan van de geldigheid van het besluit, zolang het niet is vernietigd. (Smits/Staat HR 7 april 1995, NJ 1997, 166). In dit geval heeft Chemie-Pack de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht van deze rechtbank gevraagd een voorlopige voorziening te treffen in die zin dat het besluit van 6 januari 2006 tot toepassing van bestuursdwang van het Waterschap wordt geschorst. Aan dat verzoek heeft Chemie-Pack ten grondslag gelegd dat het besluit onrechtmatig is en voorts in strijd met diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Die voorzieningenrechter heeft als sluitstuk van zijn voorlopige beoordeling overwogen dat hij verwacht dat het bestreden besluit van 6 januari 2011 stand zal houden, mede gelet op de herstelmogelijkheden die artikel 7:11 van de Awb aan het Waterschap biedt. De voorzieningenrechter dient in dit geding uit te gaan van het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht over de rechtsgeldigheid van dat besluit. Het besluit is immers niet vernietigd en de rechtsgang bij de bestuursrechter als het gaat om een voorlopige voorzieningenprocedure is met voldoende waarborgen omkleed. Chemie-Pack heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die een uitzondering op de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten rechtvaardigt. Chemie-Pack wenst de bij de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht aangevoerde bezwaren tegen het bestreden besluit van 6 januari 2011 thans opnieuw aan de voorzieningenrechter van de sector civiel recht voor te leggen. Indien de voorzieningenrechter daarover in dit geding een inhoudelijk oordeel zou geven zou dat in dit geval op een onaanvaardbare doorkruising van de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten en bevoegdheidsverdeling neerkomen. Gelet op het oordeel van de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht kan de voorzieningenrechter in dit geding niet tot het oordeel komen dat de vordering van het Waterschap summierlijk ondeugdelijk is. De voorzieningenrechter dient gelet op de in dit geding aan te leggen beoordelingsmaatstaf de wederzijdse belangen van partijen in deze zaak in de beoordeling te betrekken, ondanks dat niet summierlijk van de ondeugdelijkheid van de vordering van het Waterschap is gebleken. Aan de ene zijde is er het belang van Chemie-Pack om door te kunnen draaien en gedurende 52 weken de verzekeringspenningen te kunnen incasseren, en aan de andere zijde is er het belang van het Waterschap verhaal ter zake van haar vordering op Chemie-Pack veilig te stellen. Chemie-Pack heeft in het bijzonder nagelaten verifieerbaar inzicht te geven in het verloop van haar liquiditeitspositie, in de geprognosticeerde stijging van de omzet en in het realiteitsgehalte ten aanzien van de uitbreiding van de inrichting te Oud Gastel, die noodzakelijk is om meer omzet te genereren. De voorzieningenrechter oordeelt dat Chemie-Pack niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij, indien het Waterschap zou instemmen met de uitkering door de verzekeraars van in totaal € 750.000,--, na verloop van drie maanden een reëel perspectief heeft om haar activiteiten voort te zetten. Daarbij is niet zonder belang, zoals het Waterschap ook ter zitting heeft aangevoerd, dat er meerdere partijen vorderingen op Chemie-Pack stellen te hebben. Aantasting van de liquiditeitspositie van Chemie-Pack door die derden vanaf heden, danwel na afloop van de drie maanden, is dan ook niet denkbeeldig. De voorzieningenrechter kan dan ook niet tot het oordeel komen dat het belang van het Waterschap bij het handhaven van het beslag moet wijken voor het belang van Chemie-Pack tot gedeeltelijke vrijgave van verzekeringspenningen. -

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.